Arno Van Vlierberghe

Ex-Daemon

 

Hier staan we dan.

Het einde helder, grotesk in zicht.

Het krult zich snurkend tot een goed klinkend gedicht.

Mooie holle woorden waar iedereen van houdt.

Het romantiseren van de dood is een giftig iets.

De dood van een fruitvlieg is niet tragisch, is hopeloos.

Het beeld van de in witbier verdronken fruitvlieg wenkt naar me, nodigt me uit ze op te laden met

betekenis, ze in te zetten in de eigen mythe, het eigen gewin.

Ik weet wat ik doe.

De dag uitzwaaien vanop de kade, waar het veilig is en iedereen belachelijk oud wordt.

Mark Baumer werd overreden door een SUV.

Zijn dood is dom en vreselijk en ik haat de domme vreselijke bestuurder van de SUV.

Hoeveel Mark Baumers kunnen we dit jaar nog verliezen?

Ik wil een vuurtoren bouwen met de schedels van alle Mark Baumers die we in 2017 verloren.

Het bloedrode licht kilometers ver de wereld in knuppelen.

Branden op het gevoeligste netvlies, de waanzinnigste zenuwuiteinden van de economie dichtschroeien.

Wat is onze taak?

De taak van de mens is om voor iedereen en alles te leren zorgen.

Wat is daar echt moeilijk aan?

Elke werkdag hangt een Mark Baumer zich op.

In mijn dromen stuw ik mijn schouders net op tijd onder zijn knieën.

In mijn dromen voel ik het hete ijzer van de SUV rond mijn gebalde vuist plooien en is Mark veilig.

Bang en huilend, blootsvoets en nat, maar veilig.

Alle Mark Baumers vallen tevreden in slaap.

Wat drijft dit geweld?

Het korte antwoord: industrie.

Een langer antwoord: de betoging en de parade kennen dezelfde voorbereiding.

Een ander antwoord: een mens, als een verwarming, dient democratisch ontlucht.

Ik kan enkel rouwen om de namen die ik ken.

Enkel de gek kent alle namen.

Het doel van dit gedicht is talige pyromanie.

Puberaal, ik weet het, maar voor de vlam was de auteur lang gestorven.

Wat staat er ons nog te wachten?

Het drieste geweld van consensus.

Ik zie de mooiste mensen zonder eigen generatie, in de mooie gangen van de mooie kunstschool.

Dollend in een zee van witte mannen, ontstaat de kunst.

De Kunst die Kunst Durft te Zijn.

Retromanie als Kunst, en vice versa.

03.10.17.

Veel volk, weinig mensen.

Nog minder kunstenaars.

Drijvende op aktetassen vol referenties.

Omhelzingen van kunstverraders.

Aan mijn wang plakt de judaskus van de ondernemer-kunstenaar.

Een onmogelijk weg te vegen kenteken.

De mode op de kunstschool is zo extreem mooi.

De mode is het meest didactische bewijs voor tweerichtingsverkeer tussen taal en werkelijkheid

Dit is een groot meesterwerk!

Maar ik kan er niets mee aan.

Observeer alles, bewonder niets.

Alles een werktuig, alles bruikbaar.

Dus ook de roman.

Dus ook het gedicht.

Dus ook de romancier.

Dus ook de dichter.

Dus ook jij.

Wat staat er ons nog te wachten.

Lang sterven, jong leven.

Ik ben het geschokte vertrouwen!

De zelfhaat in het bedekte logo.

De boven- en de ondergrond.

De fiscus en het dwangbevel.

De horizontale kunstenwereld.

Alles zien in een symbolische orde en toch verder leven.

Dit is het werk van mensen.

Beleggen bij een vertrouwd gezicht.

Je eigen lijfwachten optrommelen.

Lekker uitgebreid de benen scheren.

Verzorg de plooien in de huid van het heden, je kan niet zonder hen.

Zonder Viagra of Pil geen porno, en vice versa.

Een zelfmoord in de juiste cirkels is dodelijk.

Sorry, ik ben op het verkeerde spoor.

Al mijn holtes hebben honger.

Zonder deze koolstofkettingen heeft niets nog betekenis.

Eens je de natuurlijkheid hiervan wantrouwt natuurlijk.

Morgen is mijn baas terug en dit besef houdt mij wakker.

Wat volgt er dan?

Zonder het geen ik, niet vice versa.

Jij noemt dit narcisme.

Voor mij is het onversneden bestaansvreugde.

Brandstof voor dit lichaam.

Mijn arme anus werd het eerst onttrokken aan het sociale veld.

Witteboordencriminaliteit zou mij bozer moeten maken dan ik ben.

Wat ik vooral ben is moe.

Dit alles kost ons veel moeite en geld en moeite en geld.

Ze zijn als gekken op zoek naar een middel dat ik niet kan overgeven.

De toekomst werd niet, kan niet afgelast.

Het ruikt er naar een gevaarlijk prototype.

Naar een gemandateerd gevoel van succes, verantwoordelijkheidszin en.

Het zenuweinde van deze dag staat open voor elk mogelijk contact.

Zolang er maar geraakt wordt.

Is wat ik wil zeggen.

Arbeid was altijd al precair.

Dus wie legt de roest dan wel op het nu?

Wat moeten we doen wanneer niets meer kan?

Geef de markt toegang tot de slaap en alle dromen kleuren neon.

Verdoof het sociale brein met 24/7 toegang tot zichzelf.

Verdoof het sociale brein met de mogelijkheid tot angst, haat en datapolitiek.

2018, levend, nog steeds.

2018, ronddolend in een stad vol vermoeide dichters.

Vermoeide dichters kopiëren de esthetiek van een donkere tijdsgeest.

Vermoeide dichters zonder verbeelding.

De methode die het werk overleeft is een dode methode.

Aan de muur van de expo hangen verscheidene vormen van engagement naast elkaar.

De kunst van het risicoloze denken.

Het midden is zonder strijd.

Het betrouwbaar inkomen smeert teder een zalfje op mijn geïrriteerde huidcellen.

Ondertussen is het weer avond, en verlang ik naar de 21ste eeuw.

Anders gezegd: dat de 21ste eeuw snel zou gaan beginnen.

Gaan slapen in dit permanente heden is een autonome politieke daad, meer niet.

Maar ook niet minder.

Zonder strijd stelt ik niets voor.

Dat ikje viel onlangs geheel onverwacht zonder transversale expertencoach.

Wat nu gedaan?

Pixel per pixel de ziekte binnenhalen.

Met het oor tegen de muur gedrukt.

Had ik maar een oog voor elk sleutelgat, een camera voor elke douche.

Ontwaken uit de collectieve hallucinatie, toekomst.

Ontwaken uit verlammend horizontalisme, toekomst.

Het dromen onttrekken aan de slaap, toekomst.

Poëzie produceren als overdrachtelijke roes, toekomst.

Roes destilleren tot kopstoot, toekomst.

De afstand tussen denken en kopstoot, toekomst.

Opgaan in de stalen zekerheid van de top-down.

De cadans van de kolkende vaart der bazen.

Gedroomd over coalities van coalities, gemeenschappen van gemeenschappen.

Elkaar omarmend in onversneden agonisme.

Vervuld van hoop huppel ik de straat op.

Wat loop ik tegemoet?

Een ik met ruimte voor meer.

De enige nobele functie: ons verplaatsen.

Dissensus heeft een mij niet nodig.

Mijn naam roepen tot de syllaben eraf vallen.

Met die gewonnen klanken een hamer smeden.

De marmeren navelstreng tussen winkelstraat, de universiteit, het kunstencentrum.

Kapotslaan, kapotslaan, kapotslaan.

Mijn kansen op de arbeidsmarkt verkleinen, tot ik niet meetelt.

Geloof het of niet, maar ik deed een volle maand over deze laatste 9 regels.

Wie betaalt mij hiervoor?

Opnieuw: Wat betekent het om vanavond in deze stad te leven?

Thanatologie voor de lafaard.

De stille horror van het botte mes en de keel.

Opnieuw: Wie of wat legt de roest op het nu?

Het drieste geweld van con-sen-sus.

Vloekschrift: Poëtica van de gemakzuchtige zelfvernedering.

Het doel van dit gedicht is om andere gedichten te onttronen.

Ik zie het mechanisme, maar voel de output niet.

Ik hoor de woorden stromen, maar voel de noodzaak niet.

Tussen twee spiegels gaan staan, op zoek naar eindeloze intimiteit.

Hoeveel Arno is te veel?

De fragiele taal van zelfabsorptie besmetten met.

Het is lente 2018, en luidop lezen we hartstochtelijke mijnwerkerspoëzie.

In de Verenigde Staten komen lichamen op straat voor en tegen wapengeweld.

In Polen komen lichamen op straat voor en tegen de heiligheid van dat lichaam.

Het nieuws bericht me tijdig over zulke zaken.

Het product in mijn handen fluistert me haar lange geschiedenis toe en ik moet flink lachen.

Waarom zou ik moeten begrijpen wat zich hier voltrekt?

Daar is de poëziekritiek toch voor.

Daar heb ik de dichter-recensent toch voor.

Daar is de universiteit toch voor.

Kleuters leren lopen, wat een wrede grap.

Gat in de markt: ergonomische bureaustoelen voor kleuters.

Het comfort dat de allerkleinste arbeider verdient.

Het daaropvolgend telefoontje naar Vitra past perfect binnen deze poëtica.

Het is zondag 08.04.18 en ik wil dat werk mij van het weekend bevrijdt.

Strompelen door een stad van wandelende projecten.

Het lawaai, chaos, kent geen ritme.

Iemand die ik tegenkom in de hoerenbuurt bedient me onwennig bij een bank.

Ik maak een mopje over trickle down economie.

De leegte bij het verlaten van de bank!

De leegte van een schoolplein in de zomer.

Cureer het uiterlijk, tot niets meer overblijft.

En dan dik cashen.

Ontneem ons de parataxis en ik word gek.

Natuurlijk!

Dit is een observatie van de banaalste soort.

Niets beter dan de perma-imminente dreiging om het politieke hart aan de pomp te krijgen.

Ik voel me de laatste tijd zo bezeten door geopolitiek.

Dat ik er slaap over laat.

Geopolitiek houdt mij dus uit mijn slaap.

Google Calendar et al ook.

Maar het kapitaal zal hierin falen.

Realisme en het kapitaal waren vakantieliefjes

Maar nu breekt een winter aan.

Denk eraan: vrijdag dekolonisatiedag jongens!

Draag passende kledij.

Brave tijd, binnenkort word jij ook wakker.

Get Lucky Now Arno Van Vlierberghe!

Win je kans op!

Hoe heerlijk lijkt dit allemaal!

Springlevend te zijn.

Denken, genieten, eten, drinken etc.

Deze maand scoor jij óók, Arno Van Vlierberghe!

En denk eraan: Beleving is Belangrijk!

Natuurlijk, je mag altijd sterven.

Locatie van het lichaam is de winkel.

De mooie glinsterende objecten in een toestand van roest.

De zeldzame emotionele uitstorting over producten in de supermarkt.

Wat een aanmatigende sentimentele verraderlijke onzin.

Ik voel me gesaboteerd.

Gooi een schoen in het radarwerk van de zonsopgang.

Niets zal volstaan.

Niet aan dit tempo!

Shit, dan toch emotie.

Op de roltrap word ik overvallen door het verschrikkelijke gevoel.

Mensen, objecten.

Oog in oog staan met een eenzaam product.

Wachtend op vervollediging.

Onze verbeelding loopt achter op de machine.

Wat nu?

Naar elkaar toegroeien.

Iets nieuws bouwen op de ruïne.

Kost wat het kost.

Onze polsen verbinden met velcro, magneetstrips.

Spanbanden als het moet.

Over deze lopende band heen.

De nobele band, die we moeten delen.

Ja, honderd pagina’s lang dit soort poëzie!

Ritme vraagt ruimte.

Het doel van dit gedicht is hegemonie.

Dit gedicht is een junk, verslaafd aan haar eigen crisis.

Arno crisis.

Jouw crisis.

Onze crisis.

Zolang er maar crisis is, is wat ik bedoel.

Ik vertrouw deze vorm niet.

Gelukkig heb ik geen keuze.

Staat vorm aan de kant van de vijand, dan ik ook.

De luxe van de keuze met een knie op de keel.

Dit gedicht is een totale catastrofe.

Het bezingt de monofone mantra’s van het pessimisme, de nachtzijde van het denken.

Een 100-pagina’s durende zoektocht naar het OK’e gevoel.

Niemand heeft dit ding nodig.

En toch moet het geschreven.

Anti-dit & anti-dat: ik wil meer meer meer!

Dit ding is een vlot.

Een vlot leesbare informatiestroom en je merkt het niet eens!

Het doel van dit gedicht is anti-sociologie.

Het doel van dit gedicht is méér politiek.

Holisme in de zin, waanzin in de tekst.

(wij(wij(wij((wij)(zij)))(((wij)(zij))zij)zij)zij)

Ik ben op zoek naar een persoon als een landschap.

Het perfecte prisma van miljarden schermen, verpakkingen, covers, reflecties.

Elke dag wakker worden met extreem geweld in de vingertop.

Marcherend in de avant-garde van het groeiende leger somnambulanten.

Zich opmakend voor de laatste tocht.

Ik begin mezelf overbodig te maken, hoop ik.

Haha, hopppaaaaaaaaaaaaaaaa!

Het doel van dit gedicht is om het demonische de poëzie binnen te laten.

Fuck de grenzen tussen het dierlijke, het menselijke, het goddelijke.

Ze bestaan niet.

Geloof ze niet.

En denk eraan: Believing is Belangrijk!

Ondertussen Romantische bespiegelingen over de gemobiliseerde klasse.

De mobiliseerbare klasse.

De straat kan ons menselijk drama voorlopig nog prima slikken.

Comments

Arno Van Vlierberghe (1990) werd geboren in Brussel en studeerde in Gent. In 2018 werd zijn debuutbundel Vloekschrift genomineerd voor de C. Buddingh'-prijs. Deze publicatie is een gedeelte uit het honderd pagina's tellende gedicht Ex-Daemon, een tweede bundel in aanbouw.

Nils Chr. Moe-Repstad

Vertaling: Liesbeth Huijer

03

Maar het lichaam is elke letter in de bacteriële catalogus

Lees verder

Bernke Klein Zandvoort

in het nieuwe jaar wilde ik los van het idee dat ik pas mag bestaan als ik maar genoeg uren heb gedraaid

Lees verder

Renata De Bonis

Lees verder

Sanne Kabalt

doodvissen                                  

wezenstrek
Met haar handen in het deeg weet ze wat ze doet.
Ze drukt haar palm in de zachte bol. De onderste
helft van haar gezicht is ontspannen, op haar
voorhoofd tekenen zich zeven denkrimpels af –
alsof het deeg haar iets vertelt dat haar verbaast.

Lees verder

Anneke Brassinga

Orgelend
een improvisatie voor ih

In de buik van de enige de benige homvis
waarin u ik was en mij u wast,
zegevierende een echt tussen zeeduivels.

Lees verder

Roos Vlogman

Poëzie van Roos Vlogman.

Lees verder

Robin Ramael

onvolledigheid

vertel me niet wat ik gemist heb;

het jaar kruipt open als een brandend stuk papier

Lees verder

Marieke Polderdijk

Het evangelie volgens Matteüs
De vroedvrouw woonde al bij me

Lees verder

Daniël Labruyère

Dataslag

Achter ons ligt de val van de
Sovjet- Unie en de dood van het
gesprek.

Lees verder

Annemieke Dannenberg

Geïnspireerd door de Tuin der lusten van Jheronimus Bosch en Dante’s Goddelijke Komedie, neemt verteller Annamaria Toverberg de luisteraar mee naar een cathartische kermis waar de bezoeker zelf een attractie wordt.

Lees verder