Horácio Costa

Verjaardagen

Twintig jaar later is een roman van Alexandre Dumas
twee decennia stellen niets voor
het is de gemiddelde levensduur van de primitieve mens    van de Romeinse slaaf
het is de leeftijd van een stok-, stokoude hond
het is de gemiddelde duur van de roem van een groot kunstenaar
de cellulitisvrije fase van een hofdame
de spanne van voortplanting na het huwelijk
vier of vijf periodes van een politicus    de glorietijd van een Rijk
twintig jaar had Constantijn nodig om Byzantium te hervormen
twintig jaar maakten het fortuin van Frick Morgan en Du Pont
twintig jaar tussen de presentatie in de Tempel en de kruisiging
twintig jaar is het materiaal van memoireschrijvers
twintig jaar en het volk is de Revolutie beu
twintig jaar later is Odette getrouwd en Marcel dood
het wiel de personal computer de mode van witte pruiken raken
ingeburgerd in minder dan twintig jaar
Chefren en Menkaoera bouwden hun piramides in amper twintig jaar
twintig jaar later is het lijk koud totaal vergeten
twintig jaar oefening en de extase daalt neer over de asceet
niets niets zijn twee decennia twintig keer niets
de nieuwe brug tussen hier en daar is vandaag één grote opstopping
destijds de brug naar de toekomst genoemd dient hij nu nergens meer voor
wanneer je er nu overheen loopt ben je ook hier
je had je haar los je had de teugels los
los waren je woorden
twintig jaar geleden tussen hier en daar





Aniversários

Vinte Anos Depois é um romance de Alexandre Dumas
duas décadas não são nada
é a média de vida do homem primitivo    do escravo romano
é a idade de um cão muito muito velho
é a média de glória de um artista maior
o tempo sem celulite de uma cortesã
o lapso de procriação depois do casamento
quatro ou cinco mandatos políticos    o auge de um Império
vinte anos levou a Constantino reformar Bizâncio
vinte anos fizeram a fortuna de Frick Morgan e Du Pont
vinte anos entre a apresentação no Templo e a crucificação
vinte anos é a matéria dos memorialistas
vinte anos e o povo se cansa da Revolução
vinte anos depois Odette está casada e Marcel morto
a roda o computador pessoal a moda das perucas brancas se
popularizam em não mais de vinte anos
Quéfren e Miquerinos construíram suas pirâmides em vinte curtos anos
vinte anos depois o cadáver está frio olvidadíssimo
vinte anos de exercício e o êxtase desce ao asceta
nada nada são duas décadas vinte vezes nada
a ponte nova entre aqui e ali está congestionada hoje
a então chamada ponte do futuro já não serve mais
agora quando estás nela também estás aqui
tinhas o cabelo solto tinhas a rédea solta
soltas tinhas as palavras
há vinte anos
entre aqui e ali





De kikker

Ja, op dat volet gauche
Van het vreselijke visioen van Jeroen Bosch
In de Janelas Verdes,
Hoog boven de Strohalmzee
Ja, in Lissabon,
Ulissipona, Lixbona,
Daar leeft zij verdreven uit het Paradijs
(‘Op het volet droit’)
En in een waan van ontheemding
Zonder topografie of filosofie
Maar met episteme episteme,
daar, tenslotte gekleed als kikvors,
Ook half oester
Of pre-dinosauriër
Alleen dan met afgerukte vleugels
En bovendien met een roze huidje
En chlorofyl,
De veren geschoren
Door een beeldprofessional,
Met de mond die jij kent,
Baconiaans, ja,
Behoorlijk baconiaans,
Zonder hersenen,
Strychnine,
Zij-die-altijd-terugkeert,
De-meer-aanwezige-dan-aspirine,
De-post-onbezoedelde,
Zij-van-de-abdij,
Zij-van-het-bordeel,
Zij-die-zegt-dat-ze-zei,
De lastertong,
Groot in de glossolalie,
Godin van de glossolalie,
De Kikkert.
Leeft ook in de gewone vergelijking,
Fractaal.
Soms bezoekt ze me.
Op klompen. Altijd op klompen.
Na het eten van veel knoflook,
Altijd veel knoflook.
En ze stinkt:
Soms onthoud ik kalligrammen,
Als ik ze niet vergeet
Of ik sublimeer ze.
De Kikkert houdt niet van me
Ook niet van jou
Of van zichzelf
Of van wie ook.
Als ze me bezoekt
Vergeet ik het avocadogroene linoleum,
De meisjesvoeten,
Het formulier.
En ik zie af
Van het water.
Ik geloof dat ze dat fijn vindt:
Ze zorgt ervoor dat ik een droge mond houd
En zonder te drinken
En als ik lik over
Haar bedauwde flanken
Kronkelt de Kikkert van genot.




A rã

Sim, naquele volet gauche
Da visão terrível do El Bosco
Lá nas Janelas Verdes,
Bem sobre o Mar da Palha
Sim, em Lisboa,
Ulissipona, Lixbona,
Lá vive extirpada do Paraíso
(‘No volet droit’)
E num delírio de deslugar
Sem topografia nem imaginário
Mas com epistemé epistemé,
Lá, enfim, vestida de batráquio,
De meio ostra também
Ou pró-dinossáuria
Só que com as asas arrancadas
E inda por cima com pelezinha
Cor-de-rosa e clorofila,
As penas rasuradas
Por um profissional da imagem,
Com a boca que vc conhece,
Baconiana sim,
Bem baconiana,
Sem cérebro,
Estricnina,
A-que-volta-sempre,
A-mais-presente-que-aspirina,
A-pós-impoluta,
A-da-abadia,
A-do-puteiro,
A-que-diz-que-disse,
A linguaruda,
Densa de glossolalia,
Deusa da glossolalia,
A Rão.
Também vive na equação comum,
Fractal.
Às vezes me visita.
De tamancos. Sempre de tamancos.
Depois de comer muito alho,
Muito alho sempre.
E bafeja:
Às vezes retenho caligrama,
Se não os esqueço
Ou sublimo.
A Rão não me quer
E nem a ti
Nem a si
Nem ninguém.
Quando visita
Esqueço o linóleo abacate,
Os pés da menininha,
O formulário.
E desisto
Da água.
Creio que
Isto lhe faz gosto:
Mantém-me com a boca seca
E sem beber
E quando lhe lambo
Os flancos orvalhados
A Rão retorce-se de gozo.





Blauwe watertank

Tussen de takken van de onbekende boom,
Bladverliezend, niet van Jessé of genealogisch,
Een blauw gevaarte op een plat dak, watertank
Van polyethyleen of polyurethaan.
Verre markering in het stedelijk landschap,
Obsederende herinnering in het nu-nu,
Calle Río Poo 108, Colonia Cuauhtémoc,
Suites Parioli, Mexico-Stad
.

De zee, nee. De zee, nee. De zee, nee. De zee, nee.
Een overdaad aan briesjes, dan: de bus 
Daalde de berg af als mandarijnkleurige Simca’s Chambord,
Richting de baai zichtbaar tussen hellingen:
In de verte de haven en de torens, kranen en stranden;
Dichtbij het drasland, als spaghetti, vochtig.
Het talent van de ottava rima zouden we willen hebben,
Zijn altijd even onveranderlijke horizon.


Daarin reed mevrouw twee keer per jaar,
Gelijk de opeenvolging van klinkers, van identiteitsrituelen,
naar het zomerverblijf; de wereld was voor haar
teruggebracht tot zo min mogelijk heen-en-weergereis.
Voorbij het landschap loeit in zijn eentje het vernuft,
Dat wat in het taalgebruik de taal verandert.
De boom die zich roert in eeuwig hout
Het verflauwende spook wortelt in het heden.


Daar ging mevrouw, duivenogen, een enkele ring
Van koraal; de dood passeerde haar en het gedicht.
De zee, nee. Blauwe watertank tussen vreemde gebouwen.
Dit is de horizon, verbrokkeld in fragmenten,
Teruggebracht tot een puzzel en wie hem legt
Ziet zichzelf als een van de ontbrekende stukjes.
Het nu weet niet wat het zegt: memoria vincitrix.
Eens te meer daalt de bus af over de weg naar Santos.





Caixa de água azul

Entre a ramagem da árvore desconhecida,
Caducifólia, nem de Jessé ou genealógica,
Um volume azul sobre uma laje, caixa de água
De polietileno ou poliuretano.
Notação distante na paisagem urbana,
Obsedante recordação no agora-agora,
Calle Río Poo 108, Colonia Cuauhtémoc,
Suites Parioli, México, Capital.

O mar, não. O mar, não. O mar, não. O mar, não.
Um exagero de zéfiros, então: o expresso
Descia a serra em Simcas-Chambord tangerina,
Rumo à baía divisada entre montanhas:
Ao longe, o porto e as torres, guindastes e praias;
Ao pé a pantanosa terra, como espaguete, úmida.
O talento da oitava real quereríamos,
O seu sempre imarcessível horizonte.

Nele seguia a senhora duas vezes por ano,
Qual a ordem das vogais, dos ritos identitários,
às vilegiaturas; se lhe encolhera
o mundo à mínima possível transumância.
Para lá da paisagem, a sós uiva o engenho,
Aquilo que em linguagem transforma a língua.
A árvore que se agita em eterno lenho
Enraíza no presente o espectro que mingua.

Ia a senhora, olhos de pomba, um único anel
De coral; cruzou-se a morte entre ela e o poema.
O mar, não. Caixa de água azul entre prédios alheios.
Este o horizonte, marchetado em fragmentos,
Reduzido a um puzzle no qual o montador
A si se vê como uma das peças faltantes.
O agora não sabe o que diz: memoria vincitrix.
Desce uma vez mais o expresso a estrada de Santos.




Comments

Horácio Costa (São Paulo, 1954) is een Braziliaanse dichter, essayist, vertaler en docent. Hij promoveerde aan Yale en was veertien jaar verbonden aan de Universidad Nacional Autónoma de México. Van zijn hand verschenen titels als 28 poemas/ 6 contos (1981), Satori (1989) The Very Short Stories (1991), en Quadragésimo (1999), Paulistanas / Homoeróticas (2007), Ciclópico olho (2011) en A hora e a vez de Candy Darling (2016). Hij vertaalde werk van Octavio Paz, José Gorostiza en Elizabeth Bishop in het Portugees. In 2004 verscheen een bloemlezing van zijn werk bij Haroldo de Campos. Lees meer over Horácio Costa in dit essay van Ricardo Domeneck.   
Adri Boon (1961) studeerde Spaanse Taal- en Letterkunde aan de Universiteit van Amsterdam. Hij vertaalde meer dan zestig werken uit het Spaans, Catalaans, Galicisch en Portugees.

Mathijs Tratsaert

Alle andere vormen van gedachteloosheid zijn vrijwillig
is geschreven in een centauropstelling met de GPT-2 en GPT-3 natural language processoren van OpenAI.

Lees verder

Tonnus Oosterhoff

Vissen voelen geen pijn.
Koeien zijn blij in de brandende zon.
Mensen slachten humaan.
Jou zie ik graag ongelukkig.

Lees verder

Mia You

PATRICIDE AND PARTIES

1.
I came up the stairs to find
a terrible violence had occurred –

Lees verder

Gilles Boeuf

restricties

je richt je naar iets dat niet van jou is:
uit een ooghoek bij de rivier zie je varens die
met dubbele bladeren, onderwerping, net als jij zijn
‘net als’ staat in je zinnen, in je benen en valt naar buiten

Lees verder

Fabienne Rachmadiev

Ruderale vegetatie

Heel soms meen ik met mijn oog te blijven haken aan iets wat glinstert. Ik houd ervan om in het bos te wandelen. Je blijft altijd de autoweg horen, dat is jammer, maar volledige stilte zou me waarschijnlijk angst inboezemen.

Lees verder

Ismar Tirelli Neto

Adam moest de klei ongelukkig maken.

De engelen vermoedden het, een paar engelen ruzieden erover.

Jahweh trok partij voor de afleiding.
Op het zesde uur zette hij hem overeind. Sloot de bloemkwekerij.

Lees verder

Roberto Piva

Vroomheid

Ik gilde op de veelvlakken van Justitie mijn verslagen moment uit toen ik bont en blauw 

            werd geslagen

Lees verder

Onder het teken van Madame Satan: Queer schrijvers in Brazilië – Ricardo Domeneck

Wanneer ik terugkijk op mijn jeugd in het Brazilië van de vroege jaren tachtig, sta ik vaak versteld van de vreemde dubbelzinnigheden in de samenleving die me toen omringden.

Lees verder

Under the sign of Madame Satan: Queer writers in Brazil – Ricardo Domeneck

When I look back at my childhood in Brazil in the early 1980s, I am often taken aback by the strange dualities in the society that surrouned me then.

Lees verder

Nils Chr. Moe-Repstad

Vertaling: Liesbeth Huijer

03

Maar het lichaam is elke letter in de bacteriële catalogus

Lees verder