Hans Kloos

 Harkheimers boeket 1

 
De lieve is mijn bewaker, er is niks kwijt;
hij laat mij uit waar koeien eten;
hij lucht mijn binnenste.
Hij rijdt mij over de rails
om beroemd te worden.
 
Al loop ik in een laag zwembadzwart,
ik ben niet bang voor boos,
jij bent hier;
jouw tak en jouw kruk, die aaien mij.
Jij smeert boter op mijn haar,
mijn glas stroomt voorbij zichzelf.
 
Vrede en glimlach lopen achter mij aan
al de wakkers en slaaps van nu;
ik logeer op die plek onder het dak van de lieve
tot het licht dun wordt

Harkheimers boeket 3

 
 
Boven alle daken
is stilte,
in al die pruiken
ruik je
nergens parfum;
de vliegers tongen bij elkaar.
Blijf maar, straks
stil jij ook.

Harkheimers boeket 19

 
 
Bij mijn begin is mijn roep uitgegumd,
mijn eerste kent het uitspreken niet.
Hoe moet ik mij verscholen kennen?
Tel mij, maak mijn lijf vast,
laat mijn roep zijn als een halsband.
Tel mij, tel mij, dat ik hoor,
o, tel mij bij mijn roepen in de mijn.
Als ik voor je samenkom, wil ik uitspreken.

Harkheimers boeket 32

 
 
Ik lag plat met mem in het brandend paars,
de dekens zakten over ons heen
en mem wou weten wat ik in de dekens keek.
En ik gilde: Pippi Langkous, en: vijvers,
daar gaat mevrouw, witjes met een messias,
en ik zag dat mem lag te jankebuiken.
 
Toen viel de klok en keek ik omlaag
al zat het plafond vol dekens,
ik pakte die rare vogel nooit die me zwart schampte
 
Heden ligt mijn man met mij in het paars
en neuriet wat hij in de dekens kijkt,
Heden lek ik en kijk naar de kogel
in de lange dekens waarom mem lekte
 

Harkheimers boeket 79

 
 
Inktwoorden laat ik je hier zien,
maar met mijn zomertong kan ik niet voordragen,
mijn vuurvinger niet uit dit witte palen;
wat moet ik? Ik kan je niet bestralen.
Week de in de pers gedode letters
Boel nieuwe heb ik al gepend,
ben een boel een rare steeds
en die ik zeer deed, krijgt niks.
Handen samen alleen.
 
Handen samen ook meestal
die mij lieten tekenen
tot de tafel mijn bed was
op de letters die jij nieuw wijst.
Ik kan niet zonder het opdrogen van au.
 
Laat deze letters niet zomaar uit bed komen,
ze zijn boos omdat ze bloot zijn
en raak hun binnenkant niet aan
behalve als de handen samen gaan.
Wijs dit dan aan als een uitkijkboodschap
en wees uitgeslapen en durf te denken
dat deze letters lippen hebben:
Hier is mijn hand samen


Hans Kloos is dichter, schrijver en vertaler. In 2013 verscheen De interviews bij Uitgeverij De Contrabas.
 

Comments


Notice: Uninitialized string offset: 0 in /var/www/vhosts/samplekanon.com/httpdocs/wp-includes/class-wp-query.php on line 3663

Max Urai

De auteur wil de volgende personen en instanties bedanken voor hun hulp bij de totstandkoming van deze roman.

Lees verder

Anne Marijn Voorhorst

 In het Westfield Forum ruikt het niet naar urine maar naar
    parfums van alle bezoekers, plus die die er te koop zijn, plus die van de zangeressen die
    door Les Halles galmen

Lees verder

Cookie Mueller

Twee mensen – Baltimore – 1964

Vertaling: Lars Meijer

Lees verder

Peggy Verzett

bij het nawoord van het voorwoord
drijft groteske badeend in het park

Lees verder

Thomas Tidholm

Vanuit de ruimte kun je zien hoe over de aarde wolken en
        onbeheerde ecosystemen tevoorschijn worden geveegd.

Lees verder

Rozalie Hirs

kus de afwezigheid van kennis gedoemd tot waarheid
werkelijk open en wendbaar als een ziel onherroepelijk

Lees verder

Willemijn Kranendonk

Luister naar de woorden
van de Grote Godin

Lees verder

Alara Adilow

Infecties

Ik sluit mijn ogen, schuif de nacht

in een boot op het stadsplein.

Lees verder

Marie Kessels

Deze tekst is een voorpublicatie uit de roman ‘Levenshonger’ van Marie Kessels.

Lees verder

Obe Alkema

Vier van de eenenveertig aberraties die tezamen ‘Epoque’ vormen.

Lees verder