Tristan Marquardt

blickinsassen
 
 (1)
muss das blenden sein, schlag ins gesicht, wenn ich mir
überschüssiges licht aus den augen wische. brennt sich aus,
verfolgt die bestückte sicht: farbe als schale über dem tisch.
gruppieren sich stühle daneben, um lücken im zimmer, die
immer weit ins holz verreist sind, bis jemand kommt und
sie verschiebt. steht auf der stelle am boden ihr vergangenes
stehen. und wieder lücken dazwischen, kriechen richtungen
raus, suchen fluchtwinkel zur untermiete für den blick. als
gälte es, sich von selbst bis blind zu verstehen, bricht in die
statik der farbe schwerkraft ein, wirft schatten aufs parkett,
sichtreste. und sammelt sie ein: haufen aus blendflecken als
geschichte des blicks, im dunkeln, beim schälen des tisch
 
(2)
fängt zu jucken an, platte hüfthoch, du stehst mitten im tisch.
über dir flimmern, sichtbares sirren. hat sich licht eingenistet.
unten der in sich selbst verwandelte boden. dunkelheit, durch
schatten ersetzt. rücken nach oben. dazwischen der blickschnitt,
das holz. dir diktierte präsenz. dass beine eine funktion haben.
nicht die kraft, sie zu lassen. dass jucken heißt, es heilt. du greifst
nach den augen. betraust sie mit nichts als der aufgabe, schritt-
macher zu sein. betrittst dein sichtfeld, als hieße, den finger in
die wunde zu legen, von dort aus zu sehen: was unter den tisch
fällt. kleinlaute hoffnung auf ein maximum beine, du klopfst
auf holz. wünschst dir was, als hieße das: in ordnung ist, wenn
sich dein herzschlag in der zimmerlautstärke eingerichtet hat.
 
(3)
läßt sich aufschaukeln, die farbe des holzes geht mit der farbe
des tisches ständig auf tuchfühlung. sie können nicht ohne.
nur die schatten, entwürfe des bodens. hier fühlt der tisch sich
aufgehoben. sie sagen: schatten und boden berühren sich nicht,
sie stoßen sich ab. da siehst du blickschichten, gewinnst dis-
tanz. dann musst du schlafen gehen, ohne zu duschen, weil
der verlust des gedankens, duschen zu wollen, schwerer wöge.
um überhaupt alles nicht zu tun, als hättest du es getan. wenn
du bspw. deine hand vergisst, tust du so, als hättest du sie
nicht vergessen. denkzettel für die erinnerung: der tisch, die
hand, ein griff zu tür, die nach hinten führt. hinter ihr, denkst
du, eine seife. sie vermag alles zu waschen, außer sich selbst.
 
blikvangers
 
(1)
moet het knipperen zijn, klap in het gezicht, als ik
overtollig licht uit mijn ogen wrijf. brandt op,
de versperde blik achterna: verf als een schil
om de tafel. ernaast stoelen rond gaten in de kamer, 
steeds diep in het hout getrokken, tot iemand komt en ze
verplaatst. staat op de plek op de bodem van haar gewezen  
stand. en opnieuw kieren ertussen, richtingen kruipen
eruit, zoeken toevlucht voor de blik, alsof dat telde,
elkaar vanzelfsprekend en blind te vertrouwen, breekt in de statiek
van de kleur zwaartekracht door, werpt schaduwen op het parket,
zichtresten. zamelt ze in: blinde vlek op blinde vlek als het
verhaal van de blik, in het donker, bij het schillen van de tafel


Vertaling: Wieke Stravens en Maarten van der Graaff 

Tristan Marquardt (1987) has lived in Göttingen, Berlin, Munich and Zurich. His debut „das amortisiert sich nicht“ was published 2013 by Kookbooks. Well received by the public this publication introduced Tristan’s work as part of a new generation of poets focusing on structural aspects of language. In recent times, Tristan has engaged in acts of collective writing together with G13 („das war absicht“, SuKuLTuR 2013), a collective of young poets based in Berlin that he co-founded in 2009. For a text written together with Tabea Xenia Magyar he has just won the Feldkircher Lyrikpreis 2013. In the same year, he was invited to attend „Babelsprech“, a program designed to connect a new generation of poets from Germany, Switzerland and Austria. In Munich, he is organizing a series of poetry-readings called „Meine drei lyrischen Ichs“.  – Max Czollek 
 
 

Comments


Notice: Uninitialized string offset: 0 in /var/www/vhosts/samplekanon.com/httpdocs/wp-includes/class-wp-query.php on line 3149

Asha Karami

kapitalisme zorgt voor de achteruitgang van zaadkwaliteit   maar of dat erg is een pathologisch plot ligt om mij heen je verminkte oog wacht neem een slok grijze snor in rolstoel je vat kou zo ik zuig aan je knieholten gebleekt diertje van me hey lieverd je bent gewoon een vraag en ik wil dat […]

Lees verder

Flora Woudstra

Ik wikkel jassen en stola’s van drie generaties vrouwen om mij heen en beweeg door placebo-winters tot ze uiteenvallen. Sporen van erfelijke waanzin      lekken uit de wijde mouwen. Mijn moeders vingers stikken de gesleten stof maken een duik in de gevlochten mand op zoek naar garen stevig genoeg om de doden naar hier […]

Lees verder

Nguyễn Thị Mai

ik ben een maatschappelijk probleem    in 2018 wil ik een gemene chili peperplant groeien zodat ik jullie allemaal kan vergiftigen afbreken en doen herleven als schimmel dit is een vorm van wereldpolitiek ik heb al een tijdje niet geslapen slenter door de stad en staar naar mijn mobiel liefste, de dagen zijn lang zonder […]

Lees verder

Lokienprijs voor Samplekanon

De Lokienprijs 2018 is toegekend aan Samplekanon. Deze prijs, ter waarde van € 5000, is ingesteld door de Sybren Polet Stichting om het schrijven van vooruitstrevende, onconventionele en experimentele teksten te bevorderen. De jury, bestaande uit Jos Joosten, Bart Vervaeck en Marieke Winkler, deelde de volgende overwegingen met ons:  Dit literaire online-tijdschrift, dat in 2012 […]

Lees verder

Fiep van Bodegom

Het eiland van de pijnbomen en later ook de jeugd   We kwamen uit alle windstreken. Donkere kinderen met lange, dunne schenen, kinderen zo bleek dat je geen lijnen kon onderscheiden, slechts hun omtrek. Kinderen uit warme, koude en gematigde klimaten. We waren met onze onderwijzers naar het eiland gekomen en werden ieder in onze […]

Lees verder

Maurits de Bruijn

er zijn mensen die het woord er niet mooi vinden en zeggen dat je het altijd weg kunt laten door mijn straat liep een kameel daarop een bruidegom tussen zijn benen witte rozen nooit had ik iemand gezien die zo af was ik zat met Iers bier op tafel in een café waar we als […]

Lees verder

Maartje Smits

                                                                  Maartje Smits (1986) is dichter, detective en imker. In 2015 verscheen haar dichtbundel Als je een meisje bent. Ze studeerde Beeld & […]

Lees verder

Linda Carolien Veldman

    Linda Carolien Veldman (1989) studeerde Filosofie en Cultural Analysis in Amsterdam en Berlijn en schrijft poëzie, vaak in meerdere talen. Afgelopen zomer ging ze als dichter met deBuren naar Parijs, sindsdien staat ze met enige regelmaat op het podium om haar gedichten voor te dragen. De eerste tekst kwam tot stand in het […]

Lees verder

Nils Chr. Moe-Repstad

6e vergiftiging   Na het feest, lieveling: ‘als je bij mij blijft staan, zul je horen dat vogelzang altijd al ritueel was’ wie van gezang houdt, houdt van het schrift als een oeroud ritueel ik ben het hallucinerende drijven naar dat wat nog niet giftig is een droevigheid van water en zware metalen onder het duistere, […]

Lees verder

Roemer lezen 2

wij activeren beelden wij houden onze archieven vloeibaar door te bewegen we roepen schaduwen op die onzichtbaar blijven nemen luxe waren om nooit te vergeten we zoeken iets dat altijd blijft een zee achtervolgers, mijn onderduik wij activeren beelden tijdens de reis wij activeren wonden, leggen scherven uit, zoeken woorden erbij, we kijken de toestand […]

Lees verder