Marieke Winkler

 

RAUBVÖGEL

1.

Waarom hebben we vastgehouden aan onze namen? Wij zijn niet meer van onszelf.
Daar kwamen wij verdomd snel achter. Iedereen herkent hoe wij verzaken.
En hoe wij – wanneer wij stoppen met bouwen – vervallen in de relatieve traagheid
van een enkelvoudige naam. Dus?

We bouwen.

We hebben het beloofd met de bijl in onze hand. We zetten in op hogere ramen en
op scherpere contouren. We streven naar smalle torens, loopbruggen en glazen
deuren. We bevestigen een netwerk tussen ruwe palen en modeleren het tot een
gevederd plafond, zodat we opnieuw onze kop kunnen stoten.

Een dag is nooit noodzakelijk.

Onze gebouwen zijn dat wel.

Daarom mogen we onze materialen niet verwaarlozen. We schuiven ze
op een hoop bij elkaar.
We noemen het onze bouwvogel/Raubvögel.

 

2.

Je tekent een nutteloze cirkel om er vervolgens in te gaan staan.
Zo spring je van cirkel naar cirkel.

En als het regent, vang je de druppels op in je mond om ze uit te spugen boven de
bak met mortel. Eigenlijk heb je altijd dorst maar je schaamt je om te slikken.
Het voelt als verraad.

Zo, al springend en niet slikkend geven we onszelf een geforceerde vorm
van snelheid. Een mechanische beweging zou veel natuurlijker zijn, dat weten we,
maar we zijn hier in een camouflageland, in een steen-stijf-steppeland en
weigeren ons aan te passen. Dus?

We pinnen het doelzoekend oog op onze revers, want in ons eigen oogwit
hangt een zilveren pupil.

Van alles wat in contrast met onze gebouwen wordt genoemd,
gieten we onze rovende vogel-kathedraal.

 

3.

Als het eenvoudigweg een kwestie was van zware dingen tillen en weer neerleggen
dan hadden we er nooit zoveel tijd aan besteed. Een enkele beweging is weerloos,
maar een reeks is onweerstaanbaar. (Zodra je dit vaststelt ben je eigenlijk
al verloren.)

Fixatie nekt de mens.

 

4.

We grijpen de ijzeren platen en lassen ze als tompoezen aan elkaar. Iemand
schreef over een platte wereld, maar al het platte bij elkaar maakt de diepte.
We zien het voor onze ogen ontstaan.

Een van de ontwerpers noemde het ooit gekooide toekomst.

Hij zag twee mensen van een flatgebouw vallen. En twee vrouwen met dezelfde
naam die keken naar de vallenden. De ene vanaf de begane grond de ander vanaf
de zevende verdieping. Kamernummer 6. Nu noem ik toch een naam.

 

5.

Wij dachten dat we met geslepen messen rondliepen. Onze bijlen. Het bleken al
die tijd windlichten te zijn. Het waren de metalen gereedschappen van ons
groeiend en rinkelend bestaan.

We geven het op de verdiepingen te vergelijken.

We gaven het allang op om te tellen.

Wat we weten is dat het tijd is,
een belofte te ontvangen,
en wel een die wij kunnen verstaan

 

 

Marieke Winkler (1983) is literatuurwetenschapper en verbonden aan de Radboud Universiteit Nijmegen. Zij schrijft recensiebrieven voor DW B en is redactielid van poëziepodium Perdu in Amsterdam. Zij woont in Utrecht.

Comments


Notice: Uninitialized string offset: 0 in /var/www/vhosts/samplekanon.com/httpdocs/wp-includes/class-wp-query.php on line 3363

Bernke Klein Zandvoort

in het nieuwe jaar wilde ik los van het idee dat ik pas mag bestaan als ik maar genoeg uren heb gedraaid

Lees verder

Renata De Bonis

Lees verder

Sanne Kabalt

doodvissen                                  

wezenstrek
Met haar handen in het deeg weet ze wat ze doet.
Ze drukt haar palm in de zachte bol. De onderste
helft van haar gezicht is ontspannen, op haar
voorhoofd tekenen zich zeven denkrimpels af –
alsof het deeg haar iets vertelt dat haar verbaast.

Lees verder

Anneke Brassinga

Orgelend
een improvisatie voor ih

In de buik van de enige de benige homvis
waarin u ik was en mij u wast,
zegevierende een echt tussen zeeduivels.

Lees verder

Roos Vlogman

Poëzie van Roos Vlogman.

Lees verder

Robin Ramael

onvolledigheid

vertel me niet wat ik gemist heb;

het jaar kruipt open als een brandend stuk papier

Lees verder

Marieke Polderdijk

Het evangelie volgens Matteüs
De vroedvrouw woonde al bij me

Lees verder

Daniël Labruyère

Dataslag

Achter ons ligt de val van de
Sovjet- Unie en de dood van het
gesprek.

Lees verder

Annemieke Dannenberg

Geïnspireerd door de Tuin der lusten van Jheronimus Bosch en Dante’s Goddelijke Komedie, neemt verteller Annamaria Toverberg de luisteraar mee naar een cathartische kermis waar de bezoeker zelf een attractie wordt.

Lees verder

Liza de Rijk

Waar is mijn haai

Het water stroomt de baai binnen.
Wat stroomt er met het water de baai binnen?

Lees verder