Hannah van Binsbergen – Correspondenties


Aan de lezer

 

Er is geen lief dagboek zoals een dode vriend.
Hij begrijpt me volledig op een manier
die jullie nooit zullen begrijpen.
Als een bekend en onwelkom gezicht in een menigte
word ik door jullie herkend.
Jullie zullen mijn boek nooit lezen, ik houd niet echt van jullie.
We hebben allemaal iets te begraven
maar we begraven het onder het tapijt. Baudelaire is gestorven
nadat hij Parijs onleesbaar had gemaakt. We raakten bevriend
toen ik zijn syfilis overnam en hem van zijn lelijkheid genas
op het kerkhof onder het tapijt van mijn morbide fantasieën.
Hij leerde me lopen vanuit zijn graf:
het was verboden het panorama te lezen
het was over de stad heen vliegen of naar de kroeg gaan
als het donker werd, wetend waarom je drinkt,
de samenhang met de wijn te kennen, de stad te negeren,
niet lezen, niet kijken.
Baudelaire hield codes voor me achter.
Het brak mijn hart toen ik daarachter kwam, ik ben de enige
die om zijn lichaam geeft. Ik klom op een hoog gebouw om het hem
betaald te zetten, maar de stadsvernieuwingen deden me pijn,
wat iedereen begrijpt die ooit een herinnering verloren is.
Alles kwam voorbij, terwijl het niets had van het dagelijks leven:
werk en vakantie, getrouwde gewoonten en jonge liefde, eenzaamheid
zonder vraagtekens, school, maatschappij, theater, leesbaar
in de gulste letters denkbaar.
Het is dodelijk om neer te zien vanuit de hemel,
kijk op, kijk naar me op vanuit je graf.

Mijn brieven, de enige bewijsstukken van mijn tijdreis
heeft hij geklemd in zijn vuisten bewaard:

Baudelaire,
Ze haten wat ik doe. Ze willen niet snappen waar ik over schreeuw,
er zijn niet genoeg manieren om te gillen. Ze zijn oud, hun gehoor
gaat achteruit, neem het ze kwalijk. Je wilt onder het tapijt van mijn gedachten komen
maar denkt niet aan mij, ik ben niets voor jou.
Je dood is een vreselijk amulet.
Ik kus je portret, je weet dat het waar is.
Je hoeft je niet zo alleen te voelen. Ze haten wat ik doe, ze trekken het
tapijt onder me vandaan en kijk wat er met je lichaam gebeurd is
dat ik me toe-eigen, omdat je de enige bent.
Hoe ik van je houd is slecht, maar kijk hoe goed ik je vasthoud.

Lopen naar de kroeg, ogen naar de stenen.
Sterren boven zijn geboorte maken het hem moeilijk
wat ik met een greep in het verleden goed probeer te maken
wat me natuurlijk niet lukt.

 
Aan mijn dokter

 

Iedereen weet hoe het met mij gesteld is
en u niet slechter dan een ander.
Is het niet heerlijk voor u, dokter
dat ik geen hypochonder ben?
Ik bezoek u bijna nooit, dat moet u toch
zijn opgevallen, en het is niet alleen de afstand,
het is ook de angst dat ik een dure ziekte heb
waarvoor ik niet zal kunnen betalen
en ik geloof niet dat uw medicijnen werken
hoewel ik u aardig vind en uw ziekte betreur.
Ik interpreteer uw initialen als toespeling
op mijn jonge overlijden
een gebeurtenis die ik dagelijks
ophanden houd door te roken.
Jong te sterven is een utopie
het houdt je teloorgang tegen.
Wat is dat voor ziekte?
Het heeft te maken met het probleem
voor in de twintig te zijn en naar huis te willen
om iets moois te aaien dat geaaid wil worden
maar niet naar huis te kunnen gaan.
Je kunt je lopend afvragen hoe je nog
naar jezelf kunt kijken
totdat je weet
als je heel wat ergere dingen gedaan hebt,
dat dat niet kan.
Genoeg,
ik heb het liever over de grijnzende overschotten
van sommige van mijn vrienden
kunt u daar niets meer voor doen?
Ze zijn zo dicht bij me dat
ik ze niets kan weigeren, ik wil me
helemaal in dienst stellen van hun welzijn
maar ik ben bang dat mensen het niet zullen begrijpen
en zoveel bloemen en zwarte zijde overdreven zullen vinden
en ik ben zo bang, dokter, dat u dat ook zult vinden.
U moet u maar verzoenen met de teleurstelling
die aan mijn naam kleeft.
Ik bezocht u om van mijn vruchtbaarheid af te komen
van mijn duizelingen en mijn slapeloosheid.
Als ik beter kon slapen zou de helft van mijn leven
een gevaarlijke droom zijn
maar u zou daar geen weet van hebben.
Net als alle artsen bent u conservatief.
Ik moet dankbaar zijn voor mijn slapeloosheid
omdat ze me weerhoudt
in de ochtend mijn lied op de markt te slijten
te solliciteren met een lied in mijn hart.
En dokter, het went om naar een supermarkt te gaan
en heel lang na te moeten denken
voordat je weet wat je echt nodig hebt
ik bedoel
het is erger om te weten wat je nodig hebt
en niemand ervan te kunnen overtuigen
het aan je te geven.
Ik dank de hemel dat ik heel lang na moet denken
voordat ik eindelijk weet wat ik echt nodig heb.
Wilt u me iets voorschrijven, dokter
terwijl de medische wetenschap ons uitlacht
wat natuurlijk pijn doet, maar dat is niet erg
want pijn is de warmte die een koel hart nodig heeft
de roos tussen de tanden van de uitzondering
die u toelaat
omdat het me beter maakt.

 

Aan de Internationale Situationisten

 

Het is ongelofelijk wat je vergeet
ik open een graf met de steek van een meimaand
die nooit meer terugkomt.

Ik ben verhuisd naar een oranje zeecontainer
omgebouwd tot studio in een straat vernoemd
naar een motorschip. Ik slaap te veel
maar ik voel me daar niet schuldig over.

Hard werk
zou me een sterk karakter geven maar ik moet week blijven
zodat ik optimaal kan communiceren
met mijn omstandigheden.

Elke dag vindt een vergissing plaats
ik weet niet wat de komende vijf minuten
van me zullen vragen, maar als ik mijn mond open
is het te laat, de ander is al verder gegaan
de nacht in waar ik net vandaan kom.

Mijn straat heeft geen einde om naar te staren.
De horizon is een glimlach
hij trekt zich terug als je dichtbij probeert te komen.
Ik wil het gezicht aanraken dat me zo dwarszit
ik ben nooit mijn bed uit geweest.

Kunnen we niet met elkaar praten
wil je vergeten dat we van elkaar gescheiden zijn
door tijd en zelfmoord, Guy Debord, kunnen we
geen vrienden zijn. Ik open je graf met de steek van een meimaand
jij opende het massagraf van de commune met een zucht.

Ik omarm mijn armoede
door haar te negeren. Ik ben rusteloos, ik verveel me.
Je haat de beweging die ons van elkaar wegdrijft
maar je hebt nooit in het feest geloofd.
Ik weet dit, ik begrijp dit.

Ik kan je de melancholie van je films niet vergeven.
Ik slaap alleen en help kinderen met hun huiswerk.
Het is 01:08, terwijl ik het beeld van mijn toekomst
omzet in woorden
zet het gesprek zich zonder ons voort.

 

Comments

Hannah van Binsbergen (1993) is dichter en studeert filosofie in Amsterdam. Zij debuteerde in 2012 op Samplekanon en publiceerde sindsdien in diverse literaire tijdschriften en las haar poëzie op verschillende podia in Nederland en Vlaanderen.

One thought on “Hannah van Binsbergen – Correspondenties

Comments are closed.

Asha Karami

kapitalisme zorgt voor de achteruitgang van zaadkwaliteit   maar of dat erg is een pathologisch plot ligt om mij heen je verminkte oog wacht neem een slok grijze snor in rolstoel je vat kou zo ik zuig aan je knieholten gebleekt diertje van me hey lieverd je bent gewoon een vraag en ik wil dat […]

Lees verder

Flora Woudstra

Ik wikkel jassen en stola’s van drie generaties vrouwen om mij heen en beweeg door placebo-winters tot ze uiteenvallen. Sporen van erfelijke waanzin      lekken uit de wijde mouwen. Mijn moeders vingers stikken de gesleten stof maken een duik in de gevlochten mand op zoek naar garen stevig genoeg om de doden naar hier […]

Lees verder

Nguyễn Thị Mai

ik ben een maatschappelijk probleem    in 2018 wil ik een gemene chili peperplant groeien zodat ik jullie allemaal kan vergiftigen afbreken en doen herleven als schimmel dit is een vorm van wereldpolitiek ik heb al een tijdje niet geslapen slenter door de stad en staar naar mijn mobiel liefste, de dagen zijn lang zonder […]

Lees verder

Lokienprijs voor Samplekanon

De Lokienprijs 2018 is toegekend aan Samplekanon. Deze prijs, ter waarde van € 5000, is ingesteld door de Sybren Polet Stichting om het schrijven van vooruitstrevende, onconventionele en experimentele teksten te bevorderen. De jury, bestaande uit Jos Joosten, Bart Vervaeck en Marieke Winkler, deelde de volgende overwegingen met ons:  Dit literaire online-tijdschrift, dat in 2012 […]

Lees verder

Fiep van Bodegom

Het eiland van de pijnbomen en later ook de jeugd   We kwamen uit alle windstreken. Donkere kinderen met lange, dunne schenen, kinderen zo bleek dat je geen lijnen kon onderscheiden, slechts hun omtrek. Kinderen uit warme, koude en gematigde klimaten. We waren met onze onderwijzers naar het eiland gekomen en werden ieder in onze […]

Lees verder

Maurits de Bruijn

er zijn mensen die het woord er niet mooi vinden en zeggen dat je het altijd weg kunt laten door mijn straat liep een kameel daarop een bruidegom tussen zijn benen witte rozen nooit had ik iemand gezien die zo af was ik zat met Iers bier op tafel in een café waar we als […]

Lees verder

Maartje Smits

                                                                  Maartje Smits (1986) is dichter, detective en imker. In 2015 verscheen haar dichtbundel Als je een meisje bent. Ze studeerde Beeld & […]

Lees verder

Linda Carolien Veldman

    Linda Carolien Veldman (1989) studeerde Filosofie en Cultural Analysis in Amsterdam en Berlijn en schrijft poëzie, vaak in meerdere talen. Afgelopen zomer ging ze als dichter met deBuren naar Parijs, sindsdien staat ze met enige regelmaat op het podium om haar gedichten voor te dragen. De eerste tekst kwam tot stand in het […]

Lees verder

Nils Chr. Moe-Repstad

6e vergiftiging   Na het feest, lieveling: ‘als je bij mij blijft staan, zul je horen dat vogelzang altijd al ritueel was’ wie van gezang houdt, houdt van het schrift als een oeroud ritueel ik ben het hallucinerende drijven naar dat wat nog niet giftig is een droevigheid van water en zware metalen onder het duistere, […]

Lees verder

Roemer lezen 2

wij activeren beelden wij houden onze archieven vloeibaar door te bewegen we roepen schaduwen op die onzichtbaar blijven nemen luxe waren om nooit te vergeten we zoeken iets dat altijd blijft een zee achtervolgers, mijn onderduik wij activeren beelden tijdens de reis wij activeren wonden, leggen scherven uit, zoeken woorden erbij, we kijken de toestand […]

Lees verder