Flora Woudstra

Ik wikkel jassen en stola’s van drie generaties vrouwen om mij heen
en beweeg door placebo-winters
tot ze uiteenvallen.
Sporen van erfelijke waanzin      lekken uit de wijde mouwen.
Mijn moeders vingers stikken
de gesleten stof
maken een duik in de gevlochten mand op zoek naar garen stevig genoeg
om de doden naar hier te halen, vast te rijgen
Niks mag weggegooid.

Ik tel de veiligheden die het lichaam kent.
Dit lichaam
dat zich laat vallen tussen tijden
van schoongewassen strepen en fantomen.
De wereld leek nog heel.

In mij woont een dood grijs hert
haar koude voeten ruiken naar vuur
wanneer ze kamers binnentreedt
en spreekt, in meertalige stemmen, van ijs en afstand.
Haar tong ruw, als ze vanbinnen langs mijn wang strijkt.
Ik lig onder de gangen van een ouderlijk huis.

Nu stik ik woorden door kleine repen stof
en kijk naar een ontblote bast – vergeet of het de mijne is.
Onder mij vermengen pianogeluiden zich met suiker
ik speel voor begrafenis.
Ik vlecht aan een wandkleed
en vraag, in gebedvorm
om de nachtwake van mijn grootmoeder.
Haar dunne vingers
haken in het dekbed.
Ik tel de rafels                                                                                                                                                                                                                                             en sticht branden.

Ik woon een onverstaanbaar klein ontwaken bij
binnen een geschiedenis
van echo en verschil.

 

Comments

Flora Valeska Woudstra (1991) beweegt tussen poëzie, essay en beeldende kunst. Ze behaalde haar master aan het Dutch Art Institute te Arnhem en is redacteur bij Perdu. Een wisselende selectie van haar werk en bezigheden is te bekijken op www.floravaleska.comHet getoonde beeld Touching Stone is een eigen werk.

Bernke Klein Zandvoort

in het nieuwe jaar wilde ik los van het idee dat ik pas mag bestaan als ik maar genoeg uren heb gedraaid

Lees verder

Renata De Bonis

Lees verder

Sanne Kabalt

doodvissen                                  

wezenstrek
Met haar handen in het deeg weet ze wat ze doet.
Ze drukt haar palm in de zachte bol. De onderste
helft van haar gezicht is ontspannen, op haar
voorhoofd tekenen zich zeven denkrimpels af –
alsof het deeg haar iets vertelt dat haar verbaast.

Lees verder

Anneke Brassinga

Orgelend
een improvisatie voor ih

In de buik van de enige de benige homvis
waarin u ik was en mij u wast,
zegevierende een echt tussen zeeduivels.

Lees verder

Roos Vlogman

Poëzie van Roos Vlogman.

Lees verder

Robin Ramael

onvolledigheid

vertel me niet wat ik gemist heb;

het jaar kruipt open als een brandend stuk papier

Lees verder

Marieke Polderdijk

Het evangelie volgens Matteüs
De vroedvrouw woonde al bij me

Lees verder

Daniël Labruyère

Dataslag

Achter ons ligt de val van de
Sovjet- Unie en de dood van het
gesprek.

Lees verder

Annemieke Dannenberg

Geïnspireerd door de Tuin der lusten van Jheronimus Bosch en Dante’s Goddelijke Komedie, neemt verteller Annamaria Toverberg de luisteraar mee naar een cathartische kermis waar de bezoeker zelf een attractie wordt.

Lees verder

Liza de Rijk

Waar is mijn haai

Het water stroomt de baai binnen.
Wat stroomt er met het water de baai binnen?

Lees verder