SWEATSAMPLES: Peter de Voecht

Benen

Zo in leegte bewegen mijn handen

over al. Om te vullen. Te stichten.
Om in zintuigen te vormen wat daar was
 
in gedachte.
 
Vóór gedachte.
 
Zo in leegte bewegen mijn handen:
woorden zonder klank, geluid
zonder muziek, gedachte zonder
 
Pauze.
 
Ontvullen. Ontstichten. in zintuigen
vormen. Voelen. Al wat door ons
gesticht werd: lege handen in
trage bewegingen, wevend
 
in unisono.
 
 
Zo dan, leest hij zijn eigen gedicht. “Een mens is een zak vol stront en tranen,” dat wilde hij zeggen. Maar dat schreef hij niet.
 
De hotelkamer waarin hij zit. De stad die hem onbekend gemaakt wordt door de gedachten die bij hem in de weg staan. Er is geen stad meer. Ook de kamer, enkel nog licht. De dunne strook straatgeel die het gordijn niet kon verzwijgen.
 
Het bureau van de kamer, in oud hout, donker handgekerfd, zicht op het bed. Eiken omlijsting, hetzelfde hout, binnen het kader van het hotel. Ooit een klooster, nu tijdelijke verblijfplaats voor bewegende lichamen, in en uit de ruimtes, dichtbij en los van elkaar.
 
Hij denkt aan de bundel waarin het gedicht moet komen. Eindvelden zou die heten, verwijzend naar het imaginaire veld, naar het echte veld, naar de spanning ertussen. De gedachte aan een veld, en het voelen van gras. De walvis die zwemt in water of gedachte.
 
De witte lakens, altijd wit, zelden iets anders. Hij dicht de lakens een lichaam toe, kolkend tussen het wit, tere huid om te vergeten. Een lichaam dat hij ziet in afdruk. Een lichaam dat hij nooit gezien heeft. Ze draait zich moedeloos een richting toe, ze weet dat hij er niet is, hij weet dat zij er niet is. Hij weet dat hij haar in woorden vormt. Hij toetst zijn bestaan aan de gedachten die hij tot werelden spint. Alles, in één keer uitschrijven. Alsof hij kon.
 
Lange haren die enkel naar nacht mogen ruiken, bijna donkerrood. Hij weet zeker dat hij er morgen geen van in bed zal vinden, hoezeer hij ook zou willen, ter herinnering. Om hem te vertellen dat het werkelijk was. Alleen nog willen zinken, te zinken, zinken. Wie weet hoe alleen hij morgen ligt.
 
Een digitale wekker die slechts een enkel uur nog kan aanwijzen.
 
De lange, slanke benen die de stof met toewijding tussen zich grijpen. Ze plooit zich in en uit het zicht, in en uit focus. Het witte shirt, de zwarte slip, die ze beide nonchalant draagt, alsof het ook helemaal niets had kunnen zijn. Hij zoekt de lijn van haar lijf met ogen die haar enkel kunnen bedenken. Verleidt ze hem, en zo ja, tot wat.
 
Ze zit op de rand van het bed, kijkt hem afwachtend aan. Of is het afwijzing? Hij vraagt zich af of hij haar enkel ooit in een melodie heeft gehoord, in een videoclip heeft gezien.
 
Kleine borsten vrij onder textiel. Bijna beschaamd niet te durven kijken. Wie weet hoe zeer ze hem zou kunnen zien. Wie weet wat hij niet mag zien, wat hij niet mag raken. Hij dwaalt wakker met gesloten ogen open. Alsof hij kilometers ver is van waar hij thuis hoort.
 
Haar eigen handen rond de hals. Fijne witte haartjes, licht verlicht. Bij haar specifiek, bij iedereen anders, bij iedereen hetzelfde. Hoe ze anders is. Alsof hij in haar handen een hals nog nooit gevoeld heeft. Ze voelt dit niet.
 
Hij weet hoe weinig van dit alles werkelijk wordt, maar ook daar wil hij nu niet naar kijken. Hij weet dat hij een gevoel beschrijft. Hij weet dat hij wacht. Dat er nog steeds niets gebeurt: minder dan de dronken mannenstemmen buiten, in de straten van zijn vergeten stad, die hem aan de ander doen denken, waar hij nog minder is.
 
Sommige dingen zijn voor altijd verloren, andere worden vandaag gevonden. Zo besluit hij. Bewegen.
 
Een hand rijzend over haar been. Op zoek naar wie hij is, wat hij voor haar wil worden. De volta van haar lichaam aanvullen. Huid die hij maar in één richting voelt. Adhesie van verschil. Maar hij weet: hij denkt enkel aan dat lichaam, onpeilbaar lichaam. Hij denkt enkel aan hoe ze beweegt. Telkens haar benen. Lengtematen van hoe verloren hij nu is. Waar verloren ze.
 
Haar slanke lijnen schrijven haar lichaam tot een aforisme dat hij meteen vergeet.
 
De woorden houden hem weer tegen. Hij houdt de woorden vast. Hij houdt zijn hand niet op haar borst.
 
Als ze enkel nog een eindveld konden zijn. Hij zoekt de horizon van het veld in het veld zelf, ontloopt het zo. Er is enkel het veld.
 
Haar gezicht is nergens. Ze dwarrelt. Er is enkel het licht.
 
Enkel nog wat hij kan. Hij vormt de benen tot geschiedenis van zijn horizon. Voelt ze niet. Schrijft ze tot herinnering van waar hij nooit was.
 

Comments

Michael Tedja

Maan   Mijn broer is zijn zaad kwijt omdat drugs de maag voedde van zijn stervende zus. Ik ben gestopt met het zweverige werk. Ooit had ik op een postkantoor gewerkt. Ik kon niets zien door die ouderwetse bril. Een universeel koortsmens betrok een vorm. Ik werkte er voor een broodmes en een scalpel. De […]

Lees verder

Arno Van Vlierberghe

Ex-Daemon   Hier staan we dan. Het einde helder, grotesk in zicht. Het krult zich snurkend tot een goed klinkend gedicht. Mooie holle woorden waar iedereen van houdt. Het romantiseren van de dood is een giftig iets. De dood van een fruitvlieg is niet tragisch, is hopeloos. Het beeld van de in witbier verdronken fruitvlieg […]

Lees verder

Anne Becking

Lees verder

Robin Ramael

het halting probleem   alles mengt met elkaar maar heel traag – marwin vos   het weer moet een vergissing zijn. zwerend in de bomen spuwen reigers braaf hun nesten aan elkaar, niemand had de bloesems wat dan ook gevraagd maar kijk, toch staan ze daar, geil en klaargemaakt, bestuurd door een zon die niet […]

Lees verder

Maja Solar

Vertaling: Emma Kosanović   Wanneer alles een luxe is vandaag heb ik tien euro verloren zevenenvijftig appels door honderdtweeënveertig enthousiaste stappen en toen viel ik flauw uit angst voor armoede ik heb een map over al het onrecht in de wereld gemaakt van haren die zich op een tapijt ophopen ik schudde de tweelingkussens op ’s […]

Lees verder

Obe Alkema

JUST THE TIP Soms jouw eigendom. De dichter schept in navolging van het beleid. Red deze zielige zeehond liever niet. Ik hang van je af, doordat je van mij afhangt. Dat leerden we niet op de leerschool. Tegenslag leerde ik omarmen. Tegenslag is mijn leermeester. In scherven valt het maanlicht. Ik bind het koord. Pirateske […]

Lees verder

Veva Leye

Lees verder

Samplekanon feat. Babelsprech International: 23 november in Rotterdam

Als afsluiting van vijf jaar Babelsprech International vindt op verschillende podia in Europa tegelijkertijd een poëzieavond plaats. Samplekanon viert vijf jaar Babelsprech International in Leeszaal Rotterdam West met optredens van zes geweldige dichters: Dean Bowen Asha Karami Obe Alkema Sayonara Stutgard Benjamin De Roover Linda Carolien Veldman Locatie: Leeszaal Rotterdam West Aanvang: 19:00 Toegang: gratis […]

Lees verder

Maxime Garcia Diaz

hou op met in de honger wonen   slowly heating sweetened milk to create a substance similar to caramel. Het lichaam begint te kloppen misselijk zoals een carcinogeen hart klopt of zoals        Het holt zichzelf uit. Het vult zichzelf traag met zwellende rook en je voelt je als een kale boomtak reiken om een wolk, […]

Lees verder

Asha Karami

kapitalisme zorgt voor de achteruitgang van zaadkwaliteit   maar of dat erg is een pathologisch plot ligt om mij heen je verminkte oog wacht neem een slok grijze snor in rolstoel je vat kou zo ik zuig aan je knieholten gebleekt diertje van me hey lieverd je bent gewoon een vraag en ik wil dat […]

Lees verder