Nguyễn Thị Mai

Ter gelegenheid van de heruitgave van N30 van Jeroen Mettes bij het balanseer (mei 2026)
keert dit gedicht terug naar Samplekanon.

 

ik ben een maatschappelijk probleem 

 

in 2018 wil ik een gemene chilipeperplant laten groeien
zodat ik jullie allemaal kan vergiftigen afbreken
en doen herleven als schimmel
dit is een vorm van wereldpolitiek


ik heb al een tijdje niet geslapen
slenter door de stad en staar naar mijn mobiel
liefste, de dagen zijn lang zonder je
stuur me aub een youtubevideo over onze diaspora


soms was ik liever in frankrijk opgegroeid
wat hebben nederland en vietnam nou met elkaar te maken
mijn koortsige geschiedenis past nagenoeg in
chinese overheersing franse bezetting noord-amerikaans imperialisme


jullie extreme narratieven overweldigen me
ik ben zo stil dat ik niet meer weet waarom ik stil ben
& deze schreeuwerige roze kleur staat mijn boot niet
hoe vaar ik weg uit deze levende driehoek


ik probeer mijn oceanische voorouderen te lokken
ze zijn hongerig maar de mango’s hier zijn zuur
dus komt er niemand in mijn woonkamer
mijn wanhopige gelach daalt neer in as


“ik droomde over de toekomst
ik rende weg maar waar ik ook rende
ze vonden me nog steeds”
het is waar dat ik pijn heb


ik probeerde het licht te vangen
maar bleef steken in modderig water
langzaam verviel het cyaan tot een waterig graf
en toen verdween ik


mijn diaspora groeide enkel door nederland even te vernietigen
een wit instituut wierp mij over de atlantische oceaan
ik observeerde, berekende en beet van me af
we spraken met elkaar in drie gebroken talen
onder de tafel raakten onze knieën elkaar
in de sociaaleconomische strijd verscheen een zilveren barst


met mijn vervalste engels schreef ik een ongelukkig manifest
en leerde zo dat mijn waarheid niet goed verkoopt
dus verzin ik wat bij elkaar, soms lieg ik
als een soort futuristische archeologische arbeid


Nederland, ik waan me zo alleen
zelfs in je wateren vind ik geen Vietnamese dichters
wel vind ik precariteitsprietpraat, verongelijkte Mettesfanboys
en dichters die nog steeds de moderniteit aanhangen


Nederland, weet je, ik wil overleven
dus vecht ik om aan tafel te verschijnen
ik ben dankbaar, dat wil zeggen, ik klaag alleen strategisch
er zijn zinnen die ik hier nog niet kan uitspreken


je wordt eindelijk wakker, Nederland
al is het idee van ontwaken inmiddels problematisch
maar ook trage onwillige ritmes veranderen
het aan alles ten grondslag liggende muzikale


dit is mijn kleverige era, het duurde even
ik moest mezelf opnieuw afvragen waar wat wie mijn grond is
ik leerde zelfs het onkruid liefhebben
keerde mijn gezicht eindelijk naar de zon


het is mogelijk om in de communistische droom te geloven
& je te verkopen aan het kapitaal
toch? ja, schatje, ik ga voor het kapitaal
ik wil een cappuccino drinken alsof het niets is


ik doe mijn oorbellen uit
krabben groeien niet zonder te verschalen
ik noem poëzie een vrijetijdsbesteding
wat is erger: het idee van vrijetijdsbesteding of het idee van vrije tijd

 

voorlopig vermaak ik mezelf met kerosine schoonheid
mooi meisje met je korte haren
vanavond wil ik dat je me choket

 

langzaam lik ik het kapitaal
fluister de woorden die ik uit mijn hoofd heb geleerd
en bid dat deze golf de laatste golf zal zijn
ik ben nog altijd een loonarbeider en geen zzp’er


ik vrees vooral een leven als zzp’er
echt, ik flirt liever met het kapitaal
dan dat ik onbetaald arbeid verricht
inschikkelijke ja’s uitdeel en participeer in optimisme


ik stift mijn lippen koraalrood
het kapitaal geeft aan dat ze mijn motivatie nog niet begrijpt
ze meent dat ik op meerdere niveaus inzetbaar ben
ik knik en lach minzaam


“was ik aangeschoten toen we elkaar ontmoetten?”
ik denk aan mijn schulden en zweer trouw
ik bezing de geschiedenis van mijn lage landen
een droom richt zich altijd tot het einde van een wereld


het is nog niet te laat voor systeemkritiek
nederland koloniseerde ruim driehonderdvijftig jaar
minstens driehonderdvijftig jaar duurt het dekoloniseren
je wilt uitzicht? fuck uitzicht


er landde eens een vlinder op nazik
hierdoor weet ik dat de hemel lekt
dat de witte mannelijke academicus een uitstervende soort is
een venijnige magenta laait eindelijk op


mama, ik wil mezelf niet meer verdedigen
het is vermoeiend en vernederend
ik schrijf al zo lang in tweede talen
ook ik verdien een glanzende schub

 

 

Comments

Nguyễn Thị Mai (1992) is een dichter van de Vietnamese diaspora. Ze studeerde filosofie en economie. Ze schrijft gedichten over de aarde, het kapitaal, meisjesmuziek en dekoloniale dromen.

Hank van der Heijden

dyslexie teelt welig in waynecorp worldwide
naast waanbeelden op miljarden schermen

Lees verder

lj de brouwer

Zet u, antwoordde ik, moet ge een koffietje hebben? En zo is het begonnen.

Lees verder

Bert van Beek

wie zegt
dat je altijd kunt vertrekken,
begrijpt niet
hoe breuklijnen zich gedragen.

Lees verder

Dominique De Groen

Voor Bella glinsterde in de verte nog steeds de belofte van de final girl

Lees verder

Dennis Gaens

A little girl went crying. Poor Trey. Poor Trey. She had lost her dog. And someone thought she was saying poetry.

Lees verder

Forough Farrokhzad

Wat kan een moeras zijn behalve een broeiplek voor corrupte insecten?

Lees verder

Frances Welling

zal de rivier er klaar voor zijn?

Lees verder

Luna Schuddinck

hoe een goede erflater te zijn en geen invasieve exoot?
xoxo

Lees verder

Ljiljana D. Ćuk

Ik ben een nep-Orpheus, ik ben niet eens afgedaald naar de hel. Ik ben een vastgelopen boot van schijn.

Lees verder

Yaiza Berrocal

Voor de goede orde wordt deze samenwerkingsovereenkomst in drievoud opgesteld en ondertekend door de betrokken partijen.

Lees verder