Nguyễn Thị Mai


ik ben een maatschappelijk probleem 

 

in 2018 wil ik een gemene chili peperplant groeien
zodat ik jullie allemaal kan vergiftigen afbreken
en doen herleven als schimmel
dit is een vorm van wereldpolitiek

ik heb al een tijdje niet geslapen
slenter door de stad en staar naar mijn mobiel
liefste, de dagen zijn lang zonder je
stuur me aub een youtubevideo over onze diaspora

soms was ik liever in frankrijk opgegroeid
wat hebben nederland en vietnam nou met elkaar te maken
mijn koortsige geschiedenis past nagenoeg in
chinese overheersing franse bezetting amerikaans imperialisme

jullie extreme narratieven overweldigen me
ik ben zo stil dat ik niet meer weet waarom ik stil ben
& deze schreeuwerige roze kleur staat mijn boot niet
hoe vaar ik weg uit deze levende driehoek

ik probeer mijn oceanische voorouderen te lokken
ze zijn hongerig maar de mango’s hier zijn zuur
dus komt er niemand in mijn woonkamer
mijn wanhopige gelach daalt neer in as

“ik droomde over de toekomst
ik rende weg maar waar ik ook rende
ze vonden me nog steeds”
het is waar dat ik pijn heb

ik probeerde het licht te vangen
maar bleef steken in modderig water
langzaam verviel het cyaan tot een waterig graf
en toen verdween ik

mijn diaspora groeide enkel door nederland even te vernietigen
een wit instituut wierp mij over de atlantische oceaan
ik observeerde, berekende en beet van me af
ik trok een land in dat niet het mijne was

een vietnamese strijder hielp mij
we spraken met elkaar in drie gebroken talen
onder de tafel raakten onze knieën elkaar
in de sociaaleconomische strijd verscheen een zilveren barst

met mijn vervalste engels schreef ik een ongelukkig manifest
en leerde zo dat mijn waarheid niet goed verkoopt
dus verzin ik wat bij elkaar, soms lieg ik
als een soort futuristische archeologische arbeid

Nederland, ik waan me zo alleen
zelfs in je wateren vind ik geen Vietnamese dichters
wel vind ik precariteitsprietpraat, verongelijkte Mettesfanboys
en dichters die nog steeds de moderniteit aanhangen

Nederland, weet je, ik wil overleven
dus vecht ik om aan tafel te verschijnen
ik ben dankbaar, dat wil zeggen, ik klaag alleen strategisch
er zijn zinnen die ik hier nog niet kan uitspreken

je wordt eindelijk wakker, Nederland
al is het idee van ontwaken inmiddels problematisch
maar ook trage onwillige ritmes veranderen
het aan alles ten grondslag liggende muzikale

dit is mijn kleverige era, het duurde even
ik moest mezelf opnieuw afvragen waar wat wie mijn grond is
ik leerde zelfs het onkruid liefhebben
keerde mijn gezicht eindelijk naar de zon

het is mogelijk om in de communistische droom te geloven
& je te verkopen aan het kapitaal
toch? ja, schatje, ik ga voor het kapitaal
ik wil een cappuccino drinken alsof het niets is

ik doe mijn oorbellen uit
krabben groeien niet zonder te verschalen
ik noem poëzie een vrijetijdsbesteding
wat is erger: het idee van vrijetijdsbesteding of het idee van vrije tijd

voorlopig vermaak ik mezelf met kerosine schoonheid
mooi meisje met je korte haren
vanavond wil ik dat je me choket

.
langzaam lik ik het kapitaal

fluister de woorden die ik uit mijn hoofd heb geleerd
en bid dat deze golf de laatste golf zal zijn
ik ben nog altijd een loonarbeider en geen zzp’er

ik vrees vooral een leven als zzp’er
echt, ik flirt liever met het kapitaal
dan dat ik onbetaald arbeid verricht
inschikkelijke ja’s uitdeel en participeer in optimisme

ik stift mijn lippen koraalrood
het kapitaal geeft aan dat ze mijn motivatie nog niet begrijpt
ze meent dat ik op meerdere niveaus inzetbaar ben
ik knik en lach minzaam

“was ik aangeschoten toen we elkaar ontmoetten?”
ik denk aan mijn schulden en zweer trouw
ik bezing de geschiedenis van mijn lage landen
een droom richt zich altijd tot het einde van een wereld

het is nog niet te laat voor systeemkritiek
nederland koloniseerde vijfhonderd jaar
minstens vijfhonderd jaar duurt het dekoloniseren
je wilt uitzicht? fuck uitzicht

er landde eens een vlinder op nazik
hierdoor weet ik dat de hemel lekt
dat de witte mannelijke academicus een uitstervende soort is
een venijnige magenta laait eindelijk op

mama, ik wil mezelf niet meer verdedigen
het is vermoeiend en vernederend
ik schrijf al zo lang in tweede talen
ook ik verdien een glanzende schub

 

Comments

Nguyễn Thị Mai (1992) is een Vietnamese dichter. Ze studeerde filosofie aan de Universiteit van Amsterdam. Haar Nederlandstalige debuut, een reeks prozagedichten met de titel “het juiste aandeel ultraviolet,” verscheen in het najaar van 2017 in literair tijdschrift nY.

Samplekanon feat. Babelsprech International: 23 november in Rotterdam

Als afsluiting van vijf jaar Babelsprech International vindt op verschillende podia in Europa tegelijkertijd een poëzieavond plaats. Samplekanon viert vijf jaar Babelsprech International in Leeszaal Rotterdam West met optredens van zes geweldige dichters: Dean Bowen Asha Karami Obe Alkema Sayonara Stutgard Benjamin De Roover Linda Carolien Veldman Locatie: Leeszaal Rotterdam West Aanvang: 19:00 Toegang: gratis […]

Lees verder

Maxime Garcia van As

hou op met in de honger wonen   slowly heating sweetened milk to create a substance similar to caramel. Het lichaam begint te kloppen misselijk zoals een carcinogeen hart klopt of zoals        Het holt zichzelf uit. Het vult zichzelf traag met zwellende rook en je voelt je als een kale boomtak reiken om een wolk, […]

Lees verder

Asha Karami

kapitalisme zorgt voor de achteruitgang van zaadkwaliteit   maar of dat erg is een pathologisch plot ligt om mij heen je verminkte oog wacht neem een slok grijze snor in rolstoel je vat kou zo ik zuig aan je knieholten gebleekt diertje van me hey lieverd je bent gewoon een vraag en ik wil dat […]

Lees verder

Flora Woudstra

Ik wikkel jassen en stola’s van drie generaties vrouwen om mij heen en beweeg door placebo-winters tot ze uiteenvallen. Sporen van erfelijke waanzin      lekken uit de wijde mouwen. Mijn moeders vingers stikken de gesleten stof maken een duik in de gevlochten mand op zoek naar garen stevig genoeg om de doden naar hier […]

Lees verder

Lokienprijs voor Samplekanon

De Lokienprijs 2018 is toegekend aan Samplekanon. Deze prijs, ter waarde van € 5000, is ingesteld door de Sybren Polet Stichting om het schrijven van vooruitstrevende, onconventionele en experimentele teksten te bevorderen. De jury, bestaande uit Jos Joosten, Bart Vervaeck en Marieke Winkler, deelde de volgende overwegingen met ons:  Dit literaire online-tijdschrift, dat in 2012 […]

Lees verder

Fiep van Bodegom

Het eiland van de pijnbomen en later ook de jeugd   We kwamen uit alle windstreken. Donkere kinderen met lange, dunne schenen, kinderen zo bleek dat je geen lijnen kon onderscheiden, slechts hun omtrek. Kinderen uit warme, koude en gematigde klimaten. We waren met onze onderwijzers naar het eiland gekomen en werden ieder in onze […]

Lees verder

Maurits de Bruijn

er zijn mensen die het woord er niet mooi vinden en zeggen dat je het altijd weg kunt laten door mijn straat liep een kameel daarop een bruidegom tussen zijn benen witte rozen nooit had ik iemand gezien die zo af was ik zat met Iers bier op tafel in een café waar we als […]

Lees verder

Maartje Smits

                                                                  Maartje Smits (1986) is dichter, detective en imker. In 2015 verscheen haar dichtbundel Als je een meisje bent. Ze studeerde Beeld & […]

Lees verder

Linda Carolien Veldman

    Linda Carolien Veldman (1989) studeerde Filosofie en Cultural Analysis in Amsterdam en Berlijn en schrijft poëzie, vaak in meerdere talen. Afgelopen zomer ging ze als dichter met deBuren naar Parijs, sindsdien staat ze met enige regelmaat op het podium om haar gedichten voor te dragen. De eerste tekst kwam tot stand in het […]

Lees verder

Nils Chr. Moe-Repstad

6e vergiftiging   Na het feest, lieveling: ‘als je bij mij blijft staan, zul je horen dat vogelzang altijd al ritueel was’ wie van gezang houdt, houdt van het schrift als een oeroud ritueel ik ben het hallucinerende drijven naar dat wat nog niet giftig is een droevigheid van water en zware metalen onder het duistere, […]

Lees verder