Martijn Benders

Liefde in tijden van grote poëzie

Natuurlijk, wat dichters verdwenen. Maar de meesten bleven en schreven,
en de liefdespoëzie was terug van weggeweest. Hoe strikter de censuur,
hoe meer kleinkunst. Alles wordt steeds lokaler. Daar heb je Heinrich,
oprichter van de liefdesjeugd. En Wolfgang, die vroeger nog cynische
portretten schreef, schrijft nu vooral strenge sonnetten met versvoeten
over kleine dingen die ook levensruimte willen bedingen zonder dat dwarse.

Natuurlijk, poëzie kan niets veranderen. Ze staan er, allemaal. En onder de grote adelaarsvlag kussen soldaten hun meisjes onder lamplicht en schrijven de dichters steeds vlijtiger
over steeds universelere onderwerpen: de liefde, de liefde
de grootste kracht, de kracht die alles schaft.

**

Waar zijn de geëngageerde schrijvers?’, klaagt kameraad Jezjov in de Doema. Zijn stem kaatst van de muren. Natuurlijk, onzindichters hadden te verduren in de Goelags. Maar waar, o waar was het engagement? Moest hij nog meer nuttelozen aangeven om alles bij de les te krijgen? Hij, die zijn ziel offerde om het volk een stem te geven?
Hij, die meer liefde voor het Vaderland had dan voor zijn leven?
Waar is de passie?
Waar het offer dat de dichter de gemeenschap brengt?

**

Ulrich en Ulrike samen op het zwartmos en Ulrike denkt: de gemeenschap
is een heilige dood waard. Hoe kan het zijn dat wat zo vertrouwd is, zo eigen is,
hoe kan de kindertijd zo dicht in het vlees komen?

**

Poëzie verandert niets!We zien Remco Campert, Remco Campert en Remco Campert
iemand uit een bak water omhoog trekken en terwijl de man naar adem snakt
en luidruchtig de dauw uit zijn longen hoest, ziet hij dat ik het zelf ben, Remco Campert. Remco Campert en Remco Campert.

Poesie ist ein Akt der Bejahung.

**

Megafoon, bushokje. Mijn liefste, neem me mee naar de hemel. Nooit zullen we meer
dezelfde zijn. Mijn liefje, de sterren bruisen. Liefde is de kroon op genade van de mensheid, het heiligste recht van de ziel, de gouden band die ons bindt aan plicht en waarheid, de verlossende principe dat vooral verzoent het hart om het leven, en
is profetisch van eeuwig goed.

 
 
Martijn Benders (1971) is een Nederlands dichter, essayist, filosoof, polemist, grafisch ontwerper en satiricus. Hij debuteerde in 2008 met de bundel Karavanserai, die genomineerd werd voor de C. Buddingh’-prijs. De bundels Wat koop ik voor jouw donkerwilde machten, Willem (2011) en Wôld Wôld Wôld! (2013) werden in 2014 opnieuw uitgegeven door Uitgeverij Van Gennep, waar in 2016 ook zijn nieuwe bundel, Sauseschritt, zal verschijnen.

Comments


Notice: Uninitialized string offset: 0 in /var/www/vhosts/samplekanon.com/httpdocs/wp-includes/class-wp-query.php on line 3663

Max Urai

De auteur wil de volgende personen en instanties bedanken voor hun hulp bij de totstandkoming van deze roman.

Lees verder

Anne Marijn Voorhorst

 In het Westfield Forum ruikt het niet naar urine maar naar
    parfums van alle bezoekers, plus die die er te koop zijn, plus die van de zangeressen die
    door Les Halles galmen

Lees verder

Cookie Mueller

Twee mensen – Baltimore – 1964

Vertaling: Lars Meijer

Lees verder

Peggy Verzett

bij het nawoord van het voorwoord
drijft groteske badeend in het park

Lees verder

Thomas Tidholm

Vanuit de ruimte kun je zien hoe over de aarde wolken en
        onbeheerde ecosystemen tevoorschijn worden geveegd.

Lees verder

Rozalie Hirs

kus de afwezigheid van kennis gedoemd tot waarheid
werkelijk open en wendbaar als een ziel onherroepelijk

Lees verder

Willemijn Kranendonk

Luister naar de woorden
van de Grote Godin

Lees verder

Alara Adilow

Infecties

Ik sluit mijn ogen, schuif de nacht

in een boot op het stadsplein.

Lees verder

Marie Kessels

Deze tekst is een voorpublicatie uit de roman ‘Levenshonger’ van Marie Kessels.

Lees verder

Obe Alkema

Vier van de eenenveertig aberraties die tezamen ‘Epoque’ vormen.

Lees verder