Marie Kessels

Deze tekst is een voorpublicatie uit de roman Levenshonger van Marie Kessels.

’s Ochtends, voor Jozef zorgen


Oom Izaak zou me om vier uur komen ophalen in de ontvangsthal van het bedrijf waar hij nu al een kwarteeuw vertalingen levert om het geld en om de eer: Dymph, de technologiereus. Hij werkt op het hoofdkantoor. Oompje. Wat was hij opgelucht, toen Dymph de schriftelijke aanvraag voor mijn bezoek aan zijn werkruimte zowaar meteen goedkeurde en een keer niet moeilijk deed. Het zat me wel dwars dat hij zich zo zenuwachtig liet maken vanwege mij. Daarom had ik hem de suggestie gedaan om zijn kamer bij Dymph voor me te filmen, mocht het niet lukken met die aanvraag. Ik zou dan evengoed naar hem toe komen, onze afspraak kon gewoon doorgaan.
Nu liep het tegen achten. Ik had al verse broodjes gehaald en ontbijt gemaakt voor Jozef, dat is mijn kostganger. ’s Ochtends bij het wakker worden hoef ik me Jozef maar voor de geest te halen en ik voel me nuttig, nodig. Hoe zwaar en vuil mijn dromen ook op me wegen, die lastpost hier op de zolderverdieping krijgt me snel weer met mijn twee voeten stevig op de aarde. En dan laat ik me zonder al te grote tegenzin contant door hem betalen voor zijn maaltijden en de was en het schoonmaken en allerlei andere meer of minder huishoudelijke taken.
Overdag zit hij bijna altijd aan zijn artikelen te werken, soms in een razend tempo typend met de wijsvingers gestrekt, soms diep gebogen over zijn notities, het hoofd tussen de schouders getrokken. Alsof hij al jaren slecht ziet en zich daar ook helemaal op heeft ingesteld, zonder er nog wat aan te willen veranderen.
Hoelang woont Jozef hier nu? Ik herinner me dat de essen langs de kade aan het eind van onze straat van goud en roodkoper leken in de zon, toen wij binnen een uur al zijn koffers en dozen de trappen op zeulden naar de ongebruikte kamertjes op de bovenste verdieping. In ons kennismakingsgesprek deed hij alle moeite om me ervan te overtuigen dat deze zolderetage geknipt was voor iemand als hij: oud en bovendien weer vrijgezel. Maar je weet bij Jozef nooit of hij meent wat hij zegt, of dat hij misschien het tegenovergestelde bedoelt, of nog iets anders. ‘De wereld zelf moet nog rijp worden voor eerlijkheid en ernst.’ Van zulke wijsheden heeft hij een voorraadkist vol, en iedere keer trek ik een ernstig gezicht en hij trekt ook een ernstig gezicht. Eigenlijk zit hij als een idioot te vechten om mijn aandacht maar van zijn persoon af te leiden. Terwijl hij het heerlijk vindt om wat gezelschap van me te krijgen tegelijk met zijn maaltijden, en samen urenlang te ouwehoeren. Pools is de taal uit zijn vroegste kinderjaren, waar hij weinig meer van weet. Maar bij het horen van een enkel Pools woord wordt hij meteen in de tijd teruggesmeten. Op zo’n moment leeft hij met zijn hele lichaam in twee verschillende tijden en op twee verschillende plaatsen. Pools horen praten betovert hem én het jaagt hem schrik aan. Het woelt te veel in hem om, en hij heeft juist zo hard geprobeerd om alles wat hij aan kwade herinneringen heeft te verzegelen, zodat het hem niet te grazen kan nemen.
Meestal vallen we na een paar zinnen terug op het Engels. Dat Engels bezorgt me wel eens hoofdpijn, al babbel ik het vlot. De Engelse taal past slecht in mijn mond, en bij Jozef is het net zo. En hij laat zich er toch graag op voorstaan dat hij polyglot is. Het lijkt of we een Engels woord martelen zodra we het uitspreken, en er dan ook weer door worden teruggemarteld. Het woord neemt nog op hetzelfde ogenblik wraak op ons. Bovendien is Jozef snoever genoeg om me steeds maar te willen overklassen met dat Engels van hem, het academische Engels van zijn publicaties. Het liefst scoort hij zijn punten onmiddellijk op me, elke kans is er één. Is hij in zo’n bui, dan schakel ik snel over naar het Pools. Ja, mijn lieve kostganger houdt veel van me, als hij merkt hoe slim ik zijn zwakke plekken vind en hoe eenvoudig ik zijn wapens bot maak.
Het werkt eigenlijk heel goed dat hij dan weer een hoop Nederlandse woorden door zijn Pools begint te strooien, bij voorkeur moeilijke. Niet dat we dan veel verstaan van wat de ander zegt. Maar zo’n grote spraakverwarring scherpt wel je intuïtie, scherpt wel je gevoeligheid voor iemands expressie. Je wordt beter in het opvangen van de ‘ondertoon’ in een gesprek. Heb je dat eenmaal door, dan maak je je er minder zenuwachtig over of je alles wat er gezegd wordt wel goed begrijpt.
Hij heeft de taal indertijd geleerd uit de stripblaadjes bij de kapper. Dat verhaal vertelt hij me voortdurend opnieuw, gniffelend. Vanochtend bij het ontbijt begon hij er ook weer over. ‘Welbeschouwd heb ik mijn hele carrière te danken aan het lezen van de nieuwste Donald Duck, als ik op mijn beurt moest wachten bij kapper Lindeman in de Rechtestraat, Elzbieta.’
De uitspraak van mijn Nederlands in: ‘Alsjeblieft, hier is je ontbijt’, viel me zelf erg mee toen ik het blad met de broodjes, de pot koffie en het glas jus voor hem neerzette. De ingewikkelder zinnen moet ik vaak nog wel monteren als de onderdelen van een bouwpakket. Die komen er met horten en stoten uit, alsof het bouwpakket steeds net niet de goede onderdelen levert. Hier heb je materiaal over, daar heb je juist weer te kort. Ook op mijn leeftijd, drieëntwintig, heb je nog behoefte aan luchtige oefenstof die je niet aldoor tegen dezelfde taalmuur aan laat rennen. ‘Goedemorgen, ben je al lang op, Jozef?’ ‘Hé, je hebt niet alles opgegeten!’
We hebben het zo geregeld dat ik hem ’s avonds, en heel soms ook overdag, als hij zijn werk moe is, een paar uur gezelschap houd voor iedere keer dat hij mij helpt met een vertaling waar ik in mijn eentje niet uit kom, ook niet na lang puzzelen en op internet zoeken. Op die avonden zet hij de muziek op zijn aftandse wereldontvanger hard en gebruikt mij als praatpaal, bijna tegen zijn zin.

I lit a thin green candle
To make you jealous of me
But the room just filled up with mosquitos
They heard that my body was free
Then I took the dust of a long sleepless night
And I put it in your little shoe
And then I confess that I tortured the dress
That you wore for the world to look through

De eerste klanken van zo’n song maken hem al meteen tot een ander mens, hij verliest er zijn waakzaamheid door. Die gnoomachtige pokerface waarop hij een groot deel van zijn leven geoefend heeft, verkruimelt voor mijn ogen. En achter in zijn nek en bij zijn slapen slierten wild en woest de pieken van zijn lang uitgegroeide haar, dat hij tijdens het werk aldoor verstrooid zit te kammen met zijn vingers om zich beter te kunnen concentreren.
Na een praataanval is hij een tijd stil en valt er van zijn gezicht niets meer af te lezen. Ja, spot. Hij spot met het mensdom inclusief hemzelf, omdat we allemaal zo nijver en goedgelovig achter het eerste het beste a b c d en do re mi fa aan blijven marcheren zonder veel te leren. De wereld zelf is nog niet rijp voor eerlijkheid en ernst.

Comments

Marie Kessels (1954) debuteerde in 1991 met de roman Boa. Daarna volgden onder meer Een sierlijke duik (1993), De god met de gouden ballen (1995), Niet vervloekt (2005), Ruw (2009), Het lichtatelier (2009), Brullen (2015) en Veldheer Banner (2018). Haar werk werd bekroond met de Lucy B. en C.W. van der Hoogt-prijs, de Multatuliprijs, de Anna Bijns Prijs en de F. Bordewijk-prijs. Foto: Cocky Bokhoven.

Thomas Tidholm

Vanuit de ruimte kun je zien hoe over de aarde wolken en
        onbeheerde ecosystemen tevoorschijn worden geveegd.

Lees verder

Rozalie Hirs

kus de afwezigheid van kennis gedoemd tot waarheid
werkelijk open en wendbaar als een ziel onherroepelijk

Lees verder

Willemijn Kranendonk

Luister naar de woorden
van de Grote Godin

Lees verder

Alara Adilow

Infecties

Ik sluit mijn ogen, schuif de nacht

in een boot op het stadsplein.

Lees verder

Obe Alkema

Vier van de eenenveertig aberraties die tezamen ‘Epoque’ vormen.

Lees verder

Mathijs Tratsaert

Alle andere vormen van gedachteloosheid zijn vrijwillig
is geschreven in een centauropstelling met de GPT-2 en GPT-3 natural language processoren van OpenAI.

Lees verder

Tonnus Oosterhoff

Vissen voelen geen pijn.
Koeien zijn blij in de brandende zon.
Mensen slachten humaan.
Jou zie ik graag ongelukkig.

Lees verder

Mia You

PATRICIDE AND PARTIES

1.
I came up the stairs to find
a terrible violence had occurred –

Lees verder

Gilles Boeuf

restricties

je richt je naar iets dat niet van jou is:
uit een ooghoek bij de rivier zie je varens die
met dubbele bladeren, onderwerping, net als jij zijn
‘net als’ staat in je zinnen, in je benen en valt naar buiten

Lees verder

Fabienne Rachmadiev

Ruderale vegetatie

Heel soms meen ik met mijn oog te blijven haken aan iets wat glinstert. Ik houd ervan om in het bos te wandelen. Je blijft altijd de autoweg horen, dat is jammer, maar volledige stilte zou me waarschijnlijk angst inboezemen.

Lees verder