Katja Perat – Drie gedichten

EN IK MAAK KUNST

Men zegt dat mensen stilletjes
streven naar de dood, want al het organische
wil weer anorganisch worden
en elke beweging streeft ernaar
niet langer beweging te zijn.
Dingen vallen uit elkaar, want ze wensen
met rust gelaten te worden.

Droevige mensen geven zich over
zoals middeleeuwse steden zich overgeven.
Na lange belegeringen. Moeizaam.
Slechts onder eigen voorwaarden.
Ze kunnen de last niet dragen. Schuld en droefheid
worden rechtvaardig verdeeld
onder iedereen die erbij is.

Dat je weigert, helpt niet,
als je geen hart hebt, is het nuttig,
hoewel psychoanalytici beweren dat wie zijn wensen verdringt,
eerst moet sterven. Met moeite ontmoet ik mezelf
in spiegels die dwingen tot confrontatie
en tot meedogenloze haat tegenover mijn gezicht.
Dit onderscheidt me van mooie mensen, die zich
baldadigheid en woede kunnen veroorloven, zonder daarbij
iets te verliezen; bij voorbaat beschermd en geliefd.

Er zijn waarheidslievende mensen die helderheid aankunnen,
zonder er voortdurend op te wijzen,
dat het onware niet mooi kan zijn.
Ze gaan hun verdriet niet uit de weg en
geconfronteerd met hun nederlagen zeggen ze met een zekere kalmte:
ik ben mij ervan bewust dat ik verlaten werd. Buiten
mijn bereik ben jij. Overtuigen heeft geen enkele
zin. Niemand kan beminnen wanneer het van hem verlangd wordt.

Maar deze mensen hebben dingen geleerd
die ik niet kan leren. Ik ben van hen
gescheiden door onmacht vermomd als eergevoel,
dat alles wat het aanraakt tot theorie omsmeedt.
En wanneer het werkelijk ondraaglijk wordt, kan ik niets anders

dan op overdreven gevoelige manier wachten
op de regen die het weer afstemt op mijn gemoed.

Jezelf redden in de kunst, daarin schuilt een soort
genade. Genade waarin je kunt spreken,
ontdaan van de dwang van één blik.
Genade die het spreken mogelijk maakt en waarschuwt
voor onkunde die je nooit echt kan ontlopen,
en voor de onvoorbereide blootstelling aan het overleven
dat je menszijn vereist.

Zachtaardigheid en genegenheid vergen moeite
en inderdaad, voor mij is niets ooit makkelijk.
Dat is onbelangrijk,
zei iemand die ik ken.
Jouw gedichten zijn onbelangrijk.
Kunst heeft andere dingen nodig.
Kunst heeft volstrekt niets nodig.
Hierin wil ik zijn zoals zij.


DECONSTRUEER ME

Ik
(met mijn vrijgevochten houding tegenover de werkelijkheid)
ben een soort volmaaktheid.

Gouden droom van avant-gardisten
Uiteengetrokken identiteit,

Overwinning van een nutteloze complicatie,
Een meisje, veranderd in een wasmachine,
Uiteengereten lichaam
Uitgestrooid over de woestijn –

Hiervoor hebben wij gevochten,
Dit is het koninkrijk,
Dat afgerekend heeft met het fascisme,
Ik ben uw overwinning.
Bedankt.

Ik heb geen aandacht nodig,
Ik eis geen liefde,
Met de kosmos heb ik de rekening vereffend,
Hij is me geen enkele dienst meer verschuldigd.
Ik ben verzonnen volmaaktheid,

Ik ben eindeloos verzonnen volmaaktheid,
Die eindeloos onderhoud vereist,
Ik ben wat ik ben,
Ik ben wat ik ken,
Ik ben waar ik voor gestreden heb,
Ik ben waar ik van wegkijk,
Ik ben waar ik naar toekijk,
Ik ben wat u me toeschrijft,
Ik ben wat onopgemerkt voorbijglijdt

Deconstrueer me,
Dit is de enige intieme eis die ik kan stellen,
Deconstrueer me,
Haal me uit de literatuur
En bereid mij voor op de liefde.


Vertaling: Sara Mermans, Claire Deglorie, Thomas Devos en Nicholas Roose.
Mentor: Pavel Ocepek.
Professioneel toezicht: Glenn Du Ville.

Comments

Katja Perat (1988) is een Sloveense dichteres. Ze studeerde filosofie en vergelijkende literatuurwetenschap in Ljubljana, is mede-oprichter en redacteur van het literaire tijdschrift I.d.i.o.t en werkt voor de tijdschriften Literatura en AirBeletrina. Als criticus en publicist is ze verbonden aan Pogledi. Haar debuut, Najboljši so padli, verscheen in 2011 bij Študentska založba, in de Beletrina reeks. Najboljši so padli werd genomineerd voor de Jenko Prijs en de Veronika Prijs. Voor haar debuut ontving Perat de debuutprijs op de Sloveense Boekenbeurs en in 2012 de prijs van de Vereniging van Sloveense Literatuurcritici.

Max Urai

De auteur wil de volgende personen en instanties bedanken voor hun hulp bij de totstandkoming van deze roman.

Lees verder

Anne Marijn Voorhorst

 In het Westfield Forum ruikt het niet naar urine maar naar
    parfums van alle bezoekers, plus die die er te koop zijn, plus die van de zangeressen die
    door Les Halles galmen

Lees verder

Cookie Mueller

Twee mensen – Baltimore – 1964

Vertaling: Lars Meijer

Lees verder

Peggy Verzett

bij het nawoord van het voorwoord
drijft groteske badeend in het park

Lees verder

Thomas Tidholm

Vanuit de ruimte kun je zien hoe over de aarde wolken en
        onbeheerde ecosystemen tevoorschijn worden geveegd.

Lees verder

Rozalie Hirs

kus de afwezigheid van kennis gedoemd tot waarheid
werkelijk open en wendbaar als een ziel onherroepelijk

Lees verder

Willemijn Kranendonk

Luister naar de woorden
van de Grote Godin

Lees verder

Alara Adilow

Infecties

Ik sluit mijn ogen, schuif de nacht

in een boot op het stadsplein.

Lees verder

Marie Kessels

Deze tekst is een voorpublicatie uit de roman ‘Levenshonger’ van Marie Kessels.

Lees verder

Obe Alkema

Vier van de eenenveertig aberraties die tezamen ‘Epoque’ vormen.

Lees verder