Hildebrand Pam Dick: ‘Ik draag mijn haar lang’ (2)

~Friedrich

Maar Hölderlink

Maar nee, niet overtuigend. Surrogaatonschuld.

Mijn broer Aloysius zou er geen bevredigingssequens op fluiten, nummer het.

Dan knap je Hildebrand toch op?

Of is het te laat voor die naam?

Noem het niet In Love Black-And-Blue. Liever nog eens naar de/je/haar meisjesachtige stem
luisteren. Met zijn jongensachtige klank. Zijn onzuivere sopraan, eersteklas androgynie. Zijn
bereik over het variabele: het universum van onthullen.


Dwaalmoment

Dit verschrompelde al.

Ik bedoelde verschraalde.

Dat komt omdat het altijd al oud was.

Maar nog steeds vaalgroen.

De brandtrap ook. IJzeren wingerd.

Geen wingerdgroen in mijn thesaurus, alleen mos.

Mos betekent Mozes of Moshe, i.e zoon.

Ik had een brandende bos haar.

Bij brand zelf naar buiten springen.

Of langs de ijzeren lokken naar beneden klimmen.

Zijn haar was oranje. Ik zag het krijtje dat de God-man hanteerde.

Deze toren is groen, niet geel. Versus die van hem.

Deze toren is ziekenhuisgroen, maar ook dat staat niet in mijn thesaurus.
De kwestie synonymie is filosofisch en moeilijk.

Geen verwisselingen! riep ik.

Vlammenrood alias vuurrood, versus verbrand oranje.

Wie schreef deze regels?

De toren is een schrijfmachine in de vorm van een raket. Of drieduizend ideeën die allemaal
tegelijk komen.

Toen werd Hildebrand ongedaan gemaakt in Zwitserland.

Ontdoe me nagels.

Ze waren lang. Dat is rot bij het typen maar fijn bij het krabben van verzorgers in de
ambulance / buggy.

Haar haar was goudkleurig. Het krijtje bespioneerde me. Het had collega’s.

Ze bespioneren mij!

Ik probeer niet zoiets als een systeem te vernietigen!

Jawel!

IJs langs het park. Als glanzende nagellak, maar gevaarlijker.

Niet daar lopen, Hildebrand.

Twijgjes die zwart zijn.

Zwart, rood, verbrand oranje. Moeilijk voor wie het zelf wil zien.

De andere vent liep in rubberen laarzen en spuwde zijn gal over Poolse loodgieters. Ik
glimlachte half, voelde me rot en raar.

Ik heb een vriend, hij heet Ernst Kamer, en hij zorgt voor me.

Ik had nog een vriend, zijn naam was Jesaja Goot, hij liet me Ismael zijn. Dan konden we
Jessie en Jesje zijn maar in zijn notitieboekje blijven. Als broers die elkaars hand vasthouden.
In plaats van ze te wassen van elkaar.

Maar mijn vader gaf me Zwitserland. Het was een cadeau. Het kwam in een medaillon met een
foto van een schram. Of in een horloge. Het was een besneeuwde bergtop.

Wanneer de wereld verschraalt, moet je hem krabben tot hij bloedt.

Bloedrood. Bloedsinaasappel. Bloedbloedsinaasappel. Krijtjesrecursie.

Toen schoot de man zijn vrouw en hun vijf kinderen neer – drie dochters en twee zonen, de dochters waren
bij de vader, de zonen bij de moeder. Maar strikt genomen heeft dat met mij niets te maken. Maar hun
banen i.e. betekenissen waren ze kwijt. Betekenis is gebruik. Ik stop met mijn betekenis. Geen
verwisselingen!
krijste ik. Maar de onschuldige kinderen. De ouders zeggen, We moeten ze niet bij
vreemden achterlaten
. Ik voel me beroerd. Daarom verwezen ze me naar het ziekenhuis a.k.a. de
schrijfmachine. Er ligt ijs bij het park. Langs het voetpad. Het is een dunne vloer. Het is erg gevaarlijk. Je
kunt uitglijden en vallen en je nek breken. Dan zou je hoofd kunnen glibberen als een tong of een
Taugenichts. Het klopt dat ik niet schrijf zoals vroeger. Mensen schudden hun hoofd. Mijn kamer is een
vijfhoek. Een vloek is een ban. Het wordt in een sprookje veranderd. Jij wordt in een sprookje veranderd. Of
erín, zoals een acteur. Dan slaap je. Of je praat, maar ze snappen het niet. Het klopt dat ik niet praat zoals
vroeger. De schrijfmachine blijft maar terugschieten. De berg beklimmen is zwaar. Ineens glij je naar
achteren. Het krijtje doet het tekenwerk. Of we raken klem. Dan twee keuzes: backspace of marge
verbreden. Is dat alleen zo in het sprookje? Het sprookje is gewelddadig als het novelletje over de man met
het geladen geweer en de familie.

Dit is eerder voorbij dan ik dacht. Dus ik ben.

Vanuit mijn raam zie ik de Ernstrivier. Tenzij de Nestor. Ernstig vs. verlater of reiziger. Eigenlijk
is het een roestrood appartementsgebouw met een prille groene beha.

Zit hij te neppen, fluisterden ze, terwijl Hugh Dillon op zijn nagels kauwde.

Dillon betekent de trouwe in het Iers-Gaelisch. Ierse mensen hebben rood haar tenzij het
zwart is.

Sommige meisjes kauwen op hun rode of zwarte haar, maar dan moet het wel lang zijn. Als
tralies. Meestal is het blond.

Als er een vuur is, kon je daarvandaan spreken. Maar alleen als je God bent. Ik ben de God-
man!
, schreeuwde ik.

Daarom hebben ze me opgesloten.

Niet waar.

Ik verlangde niet naar zinnen, ik verlangde naar woordpulp.

Ik brokkelde niet af om vervangen te worden maar omdat ik scherven wilde.

We liepen hoog op als verwachtingen of temperaturen.

We vielen als logge regeringen.

Ik had niet verwacht dat we zo zouden eindigen.

Maar nu is het tijd om piano te spelen.

De toetsen zijn bladgroen.

Schakelen of vergrendelen?

Ze zetten een strik: een slip of een loszittende jurk. Ik gaf ze de slip: een strip of een
gespeelde rede.

De geluiden willen me niet alleen laten.

Mijn mouwen waren groene bladeren. Iets over de goddelijkheid van de natuur. Hoe het geen
keurslijf is.

Ik zal wat losbladig papier achterlaten wanneer ik wegga.

Dan spuugt de wagen je uit. Lang leve de schrijfmachine!

Hugh Dillon reed in een wagen. Hij schreeuwde het uit en krabde zichzelf. Nee, dat was
Hamish Lance; Hugh Dillon krabde de anderen.

Toen sprongen we voorwaarts.

Zo sprong een hymne op.

Zo springen, dolen, hummen.

Ik moet nu gaan. Mijn haar is te vies.

Lipje los. Of Pepsi of Cola. Fanta: fantoomoranje!

De kust is veilig! Ik denk dat we er nu tussenuit kunnen knijpen.

Ik probeer misschien wel iets omver te werpen. Als een symptoom.

Maar ze houden ons in de gaten.

Tab zetstuk.

Hermes synoniem. Hermes antoniem. Steen, schrijfmachine, brandbrief.

Ik zou willen dat ik al mijn vingers gebruikte. Misschien zouden de woorden dan niet afdwalen.

*

Ik zou willen dat het Al mijn vingers verbruikte. Misschien zou de wereld er dan niet vandoor
gaan.

*
Maar dat is net zomin het einde.

Es ist kein Ende.

De enter rukt op naar de nieuwe lijn, zelfde startpunt, ander niveau.

Nächstens mehr.
Verder is meer.

Word alleen niet kaal

Comments


Notice: Uninitialized string offset: 0 in /var/www/vhosts/samplekanon.com/httpdocs/wp-includes/class-wp-query.php on line 3363

Bernke Klein Zandvoort

in het nieuwe jaar wilde ik los van het idee dat ik pas mag bestaan als ik maar genoeg uren heb gedraaid

Lees verder

Renata De Bonis

Lees verder

Sanne Kabalt

doodvissen                                  

wezenstrek
Met haar handen in het deeg weet ze wat ze doet.
Ze drukt haar palm in de zachte bol. De onderste
helft van haar gezicht is ontspannen, op haar
voorhoofd tekenen zich zeven denkrimpels af –
alsof het deeg haar iets vertelt dat haar verbaast.

Lees verder

Anneke Brassinga

Orgelend
een improvisatie voor ih

In de buik van de enige de benige homvis
waarin u ik was en mij u wast,
zegevierende een echt tussen zeeduivels.

Lees verder

Roos Vlogman

Poëzie van Roos Vlogman.

Lees verder

Robin Ramael

onvolledigheid

vertel me niet wat ik gemist heb;

het jaar kruipt open als een brandend stuk papier

Lees verder

Marieke Polderdijk

Het evangelie volgens Matteüs
De vroedvrouw woonde al bij me

Lees verder

Daniël Labruyère

Dataslag

Achter ons ligt de val van de
Sovjet- Unie en de dood van het
gesprek.

Lees verder

Annemieke Dannenberg

Geïnspireerd door de Tuin der lusten van Jheronimus Bosch en Dante’s Goddelijke Komedie, neemt verteller Annamaria Toverberg de luisteraar mee naar een cathartische kermis waar de bezoeker zelf een attractie wordt.

Lees verder

Liza de Rijk

Waar is mijn haai

Het water stroomt de baai binnen.
Wat stroomt er met het water de baai binnen?

Lees verder