Dominique De Groen

Bella

(voorpublicatie uit Corpus Britney)

Bella’s herinneringen overspoelen Malayney in golven, die steeds korter op elkaar komen. Ze voelt zich slinken, zinken, tot Malayney niets meer is dan een smal stroompje op de bodem van haar bewustzijn; ze voelt zich uiteenvallen, in schilfers verstrooid over een rijzend tij van beelden en sensaties… de zon die door haar wimpers scheen, het vel dat in repen van haar verbrande schouders pelde, onderbroken orgasmes op de achterbank van een Ford Taurus, namiddagen vol cannabis en cantaloupe en avonden vol tequila en bier, en opnieuw, en opnieuw, tot het breekt en verandert in iets anders, scènes uit vergeten screwballkomedies op regenachtige zondagen in Los Feliz Theatre, de geur van Herbal Essences Citrus Lift, van regen op de zee, van hun lichamen na de turnles op school, puberzweet en deo, chemische bloemen, het roze sleuteltje waarmee ze haar dagboek op slot deed om te verbergen dat alle pagina’s leeg waren, haar neonverlichte gezicht in de spiegel op haar eerste feestje, vol mascaratranen omdat ze niet begreep hoe ze haar lichaam moest bewegen op de muziek, later altijd als laatste op de dansvloer, zij en Lupe, met fake ID’s die ze waren gaan kopen op de hoek van Alvarado en Sunset, op de parking tussen Burrito King en King Liquor, een koningsvallei waar het gescheurde beton altijd motorolie zweette, waar het vuilnissap uit de afvalcontainers stolde in de brandende zon, een kleverige film over die stenen vlakte waar altijd iemand met bloeddoorlopen ogen en een pet van de Dodgers ‘passports!’ liep te roepen, ‘passports, passports!’, ze giechelden toen hij vroeg of ze ook wiet willen kopen, ’s nachts stalen ze drankjes van iedereen die zich een seconde durfde om te draaien en dansten op voeten vol blaren in glitterhakken van Santee Alley, waar ze later gingen jagen op een jurk voor prom, in die overvloed van glinsters en kleuren en goedkoop, glanzend textiel, in de geur van gefrituurd deeg en met een opgepompte remix van ‘Love Is A Battlefield’ op de achtergrond, en tegen de ochtend met tien in een taxi kruipen en in iedere bocht gillen, gillen, een keel vol tranen, een mond vol cum, een te klein bikinibroekje dat diep in haar huid sneed, de lange piercingnaald in het vel boven haar navel, Lupe’s bloed en het hare ritueel vermengd in het licht van de volle maan, in de heuvels boven Hollywood, de gefluisterde geheimen in de nachtelijke rij voor de taco truck, ‘dit vertelde ik nog tegen niemand’, alles plakkerig van zonnemelk en lipgloss, de zon die opkwam terwijl ze nog steeds in het zand onder de pier zaten, ergens in een hysterische zone tussen lachen en huilen en iemand nog een laatste Corona openkraakte, en de golven grijs het strand op rolden en de meeuwen schreeuwden over het onheil van de dag, en hoe ze altijd zelfs in de volle zon rilde, en hoe ze lokken van haar eigen haar tegenkwam op alle voetpaden en een schaduw zag aan de rand van haar gezichtsveld, aan de rand van ieder beeld, die nu ze hem had opgemerkt nooit meer helemaal weg zou gaan.

Voor Bella glinsterde in de verte nog steeds de belofte van de final girl, dat pure, maagdelijke wezen dat in de laatste scène nog als enige overeind stond, druipend van het bloed, trillend van uitputting en angst. Maar aan Bella trok iets duisters, al zolang ze zich kon herinneren. Ze wist nauwelijks nog iets van voor haar elfde; de enkele flarden van voor die tijd voelden eerder als dromen of nachtmerries, of scènes uit een film, dan als dingen die ze echt had meegemaakt. De duisternis kwam hoe dan ook niet van buitenaf. Als zwarte schimmel kroop ze omhoog uit haar eigen fundamenten, ver onder haar bewustzijn. Tussen het leven van de dag en die peilloze dieptes zat slechts de flinterdunne constructie die zij ‘Bella Goth’ noemde en die met de dag glibberiger werd, haar coherentie en substantie verloor. Enkel nog naar de stralende citadel van de final girl probeerde ze zich een weg omhoog te klauwen: een exit, een laatste hoop op gratie.

Om daar te geraken, moest ze zich eerst nog verder verlagen. Dat is Hollywood, zei haar agent, en dus zwom ze onverschrokken door het slachtafval, liet ze zich gewillig vernederen als het strakke, halfnaakte kanonnenvlees van de horrorindustrie. Zij speelde de losbandige meisjes die het eerst en het gruwelijkst sneuvelden. Het monster scheurde haar kleren aan flarden, zette zijn klauwen in haar vlees en trok in één beweging het vel van haar lijf; in een ijskoude hangar vluchtte ze in haar lingerie voor de moordenaar, haar stem schor van het krijsen; haar halfnaakte lichaam werd doorboord door een ijzeren spies, gekliefd met een slagersmes, aan stukken gehakt met een bijl, haar blonde haren plakten aaneen met klodders vals bloed en het gebeurde opnieuw en opnieuw, tot ze met haar schouders eerst van een grote hoogte tegen de grond smakte, haar lichaam zich door de schok in elkaar plooide en de versplinterde beenderen zich door haar vlees naar buiten boorden, tot ze uitgeput in het slijk lag, haar gehuil weggestorven tot een zacht gejank, en wachtte tot iemand haar hoofd tot moes zou knijpen als een rotte meloen, tot haar gsm begon te rinkelen en de psychopaat hem in haar mond dwong, door haar strot ramde en langs haar slokdarm naar beneden duwde, of een pikhouweel in haar keel stak die er weer uitkwam langs haar linkeroog, of een schaar van aan elkaar gelaste messen in haar mond stak en langzaam opentrok tot haar gezicht in twee spleet; ze kroop verder zonder ledematen, crepeerde in een plas van haar eigen ingewanden, stikte in haar eigen bloed, urenlang lag ze op de vloer onder het plakkerige nepbloed in de hitte van honderd studiolampen, terwijl rubberen replica’s van haar oogballen langs haar voorbijstuiterden. Dan zat ze in een cinemazaal, met haar hand in haar onderbroek, en zag ze zichzelf op het scherm. Ze draaide de douche toe en wikkelde een handdoek rond haar lichaam, dat half was verborgen in een wolk van stoom. Ze werd natter, haar ademhaling oppervlakkiger; ze gleed uit, viel door het glas van de douchecabine en lag hulpeloos tussen de scherven, ze probeerde overeind te komen, maar haar handen vonden geen houvast op de tegels die glibberig waren van haar eigen bloed, en precies op dat moment kwam de laatste grote scherf los uit het kader van de douchecabine, viel loodrecht naar beneden en sneed haar hoofd van haar nek. De camera bleef hangen op haar stuiptrekkende, halfnaakte lichaam, de zielige spasmen die door haar dijen trokken, het bloed dat uit haar nek spoot. Een paar tienerjongens in de zaal lachten, spuwden bijna hun Pepsi uit in hun popcorn. Bella dook in elkaar terwijl de climax door haar lichaam golfde, ze klemde haar lippen op elkaar om het geluid binnen te houden en veegde daarna haar hand af aan het pluchen zeteltje, stond recht en liep halverwege de film naar buiten, haar natte ogen knipperend tegen het daglicht.

De zon scheen steeds feller, maar ze verjoeg de duisternis niet. Bella raakte ervan overtuigd dat het licht kwaadaardig was, dat iets in het hart van dat kleverige goudgele gutsen haar langzaam dreigde weg te schroeien. Soms zag ze zichzelf doorschijnend worden in de zonnestralen, onder de tl-lampen in de supermarkt, in het licht dat op haar gezicht scheen wanneer ze in het midden van de nacht de koelkast opentrok, op zoek naar iets wat daar nooit lag en wat ze zich de volgende dag, met haar kar tussen de winkelrekken, nooit kon herinneren. Het begon met haar huid die transparant werd, zodat haar spieren, bloedvaten en zenuwbanen voor iedereen zichtbaar waren; dan vervaagden ook haar aders, de membranen van haar organen, en was er alleen nog het ritmische pompen van bloed en vocht en halfverteerd voedsel, een vloeibaar, kloppend netwerk dat zweefde boven voetpaden en gangpaden.

Op andere momenten brandde het licht niet haar huid weg maar haar textuur. Langzaam verdwenen alle plooitjes, lijntjes, putjes en bultjes, haar poriën en de fijne haartjes op haar armen, losten haar knokkels, de gewrichten in haar vingers en de blauwe aders onder haar huid op in een glad, egaal oppervlak. Haar kapsel smolt samen tot een ondeelbare klomp, nog steeds zacht en bouncy maar zonder afzonderlijke haren of lokken. In haar omgeving voltrok zich hetzelfde proces; de voetpaden werden gezuiverd van barsten, onkruid, kauwgomplekken en alle andere oneffenheden, er waren zandvlaktes zonder korrels, opritten van grind zonder individuele steentjes, donzige witte wolkjes waren perfect gelijkmatig verdeeld over de onveranderlijk strakblauwe hemel, een compositie zo volmaakt en rustgevend dat Bella zich afvroeg op welke formule ze gebaseerd was, volgens welk onzichtbaar schema de vormen, tinten en gradaties van transparantie waren gedistribueerd. Op een dag zat ze urenlang op de binnenplaats van haar appartementencomplex, in de schaduw van een bananenplant, en besefte ze plots dat de bladeren star en onbeweeglijk waren, dat de wolken in al die tijd geen centimeter, geen millimeter verschoven waren.

De mensen die ze tijdens deze episodes tegenkwam, hadden nooit littekens, puisten, weerbarstige haren of gebarsten lippen, niemand had unibrows, rode vlekken, te grote poriën of poriën überhaupt. Interacties waren houterig en bevreemdend, alsof iedereen een script volgde en tilt sloeg als er een haarbreed van werd afgeweken. Passanten keken te allen tijde strak voor zich uit, zelfs wanneer ze tegen elkaar botsen weigerden ze halsstarrig af te wijken van hun vooraf bepaalde traject. Bella durfde te zweren dat ze lichamen een fractie van een seconde met elkaar had zien versmelten. Anders dan in de body horror flicks die voor haar bandwerk waren geworden, kwam er aan deze gewelddadige inbreuken op de lichamelijke integriteit geen bloed te pas, geen brekend of barstend bot, geen tranen, geen geschreeuw. En misschien was het beroepsmisvorming, maar al bij al had Bella liever bloed gezien, liever gezichten zien samentrekken van pijn en angst. De afwezigheid van frictie voelde enger, obscener, dan de meest groteske body horror.

Soms reten glitches die gladde uren aan flarden. Iemands gezicht veranderde in een flitsende donkerblauwe vlek, mensen verloren van het ene moment op het andere, soms middenin een zin, hun herinneringen, en vrienden praatten minutenlang door elkaar heen, zich schijnbaar volkomen onbewust van de ander. Katten en honden liepen op hun achterpoten en spraken als mensen, lichamen zweefden door de lucht met de armen en benen achterwaarts geplooid. Huizen verschenen uit het niets, vaak half in andere gebouwen. Mensen zonken weg in tegelvloeren en zwommen in betonnen voetpaden. Zwembaden stonden in brand. In de grond verschenen grote rechthoekige gaten waardoor de blauwe hemel zichtbaar was, de randen toonden hoe flinterdun, bijna onbestaand de laag was waarop iedereen zich nietsvermoedend voortbewoog. Door de gaten in de code voelde Bella de duisternis naar binnen sijpelen. De glitches vraten haar zorgvuldig geconstrueerde werkelijkheid aan, deden ze wegrotten, als een virtuele schimmel. Soms was ze ervan overtuigd dat ze eigenlijk iemand anders was, maar dat haar herinneringen veranderd waren, haar gezicht op subtiele manieren aangepast. Levensechte scènes speelden in haar hoofd die ze niet herkende, vergeten herinneringen of fantasieën zonder oorsprong. Ze stond op een plat dak en keek uit over een keurige, groene voorstad. Het was een heldere nacht, aan de hemel zag ze sterren fonkelen. Ze zette haar oog aan de telescoop en richtte hem hemelwaarts. De bries streek langs haar blote armen. Ze rilde, hoewel de lucht warm en zacht was, maar haar perfect egale huid toonde geen kippenvel, geen opgerezen haartjes. Toen zag ze uit de duisternis iets naar beneden komen, een flikkerend, gifgroen licht, dat steeds groter werd tot het alles leek te omvatten

‘Bella’ is een fragment uit de roman Corpus Britney, die midden maart verschijnt bij uitgeverij het balanseer.

Comments

Dominique De Groen (1991) is schrijver, beeldend kunstenaar en medeoprichter van Marktcorruptie, een label voor DIY-uitgaves. Bij het balanseer publiceerde ze de dichtbundels Shop Girl (2017), Sticky Drama (2019), Offerlam (2020) en Slangen (2022), die o.a. werden bekroond met de Jan Campertprijs en de Cultuurprijs van Stad Gent. Haar gedichten, fictie en essays verschenen in diverse tijdschriften, on- en offline. In maart 2026 verschijnt haar roman Corpus Britney. Foto © Ward Van Hooreweghe

Hank van der Heijden

dyslexie teelt welig in waynecorp worldwide
naast waanbeelden op miljarden schermen

Lees verder

Nguyễn Thị Mai

ik stift mijn lippen koraalrood
het kapitaal geeft aan dat ze mijn motivatie nog niet begrijpt

Lees verder

lj de brouwer

Zet u, antwoordde ik, moet ge een koffietje hebben? En zo is het begonnen.

Lees verder

Bert van Beek

wie zegt
dat je altijd kunt vertrekken,
begrijpt niet
hoe breuklijnen zich gedragen.

Lees verder

Dennis Gaens

A little girl went crying. Poor Trey. Poor Trey. She had lost her dog. And someone thought she was saying poetry.

Lees verder

Forough Farrokhzad

Wat kan een moeras zijn behalve een broeiplek voor corrupte insecten?

Lees verder

Frances Welling

zal de rivier er klaar voor zijn?

Lees verder

Luna Schuddinck

hoe een goede erflater te zijn en geen invasieve exoot?
xoxo

Lees verder

Ljiljana D. Ćuk

Ik ben een nep-Orpheus, ik ben niet eens afgedaald naar de hel. Ik ben een vastgelopen boot van schijn.

Lees verder

Yaiza Berrocal

Voor de goede orde wordt deze samenwerkingsovereenkomst in drievoud opgesteld en ondertekend door de betrokken partijen.

Lees verder