Bert van Beek

en de wereld vergaat niet met vuur, maar met verschrompeld fruit
en een deur
die op een kier staat

op een ochtend die
naar later bleek
de laatste zou zijn,
trokken de mieren weg.

vanuit de lindeboom
door het gras,
met een boodschap
van potgrond en basterdsuiker
op de rug,
richting de berk
achter in de tuin.

ze liepen in een rechte lijn,
wat ongebruikelijk was.

de huisarts,
(een verleden in de scheikunde,
nu ook hobby-entomoloog)
vond het zorgwekkend.

in de slaapkamer
aan de noordkant van het huis
werd een kind geboren.

niemand wist wie de vrouw was
en hoe zij in dat huis
was gekomen.

ze gilde niet.
ademde alleen zwaar,
alsof ze zich verontschuldigde
dat ze dit moest doen.

de huisarts noteerde in haar boekje:
geboren om 07:41.

dat was het hele verslag.
men noemde het een wonder.
de deur stond
op een kier.
buiten
in de berk
zat een koekoek uit het lood
op zijn tak.
zijn lijf was een knoop van woede.
niemand wist waarom.
misschien hijzelf ook niet.

een paar meter verderop
hield een appelboom
zijn laatste vruchten vast.

gerimpelde zonnetjes,
geduldig aan hun steeltjes.

en daar,
in dat huis,
werd duidelijk:

wie zegt
dat je altijd kunt vertrekken,
begrijpt niet
hoe breuklijnen zich gedragen.

dat ze zich niet beperken
tot het lijf waarin ze ontstaan,
maar wortel schieten
in het zachte weefsel
van wie hen liefhebben.

het kind huilde niet.

ze keek om zich heen,
alsof ze de kleine lettertjes las.

alsof het leven een mond was,
met een briefje erbij:
alsjeblieft, niet hongerig zijn.

de regen begon aarzelend.
de berk wachtte,
het bleke lijf glinsterend
van het water
dat in aderen
van de bast droop.

niemand vertrok.

en de wereld verging,
zoals het hoort:

langzaam,
beleefd,
met een deur die op een kier stond.

en de weald vergoat neet met veur, mer met veskroonsln vruchn
en ne dure
dee hol steet

op nen marn den
noar laatr bleek
n lezten zol wearn,
trukn de miechèmpn vot.

vanoet n leeneboam
duur t grus,
met nen boskop
van pogroond en broenen suukr
op de rugge,
op n baark an
achter in n tuin.

ze gungn in ne rechte liene,
wat neet uer gebroek was.

n hoesdoktr
(ne verlean in de skeajkunde,
noe ok hobby-entomoloog)
vun t zoorgweknd.

in de sloapkaamr
an de noardkaante van t oes
wur n wicht eboarn.

geneene wusn wie of dat t vromske warn
en woe ze in t oes
was ekumm.

ze schreewn neet.
aosmn alleenig zwoar,
netof ze zich veroontschueldegde
dat ze dit musn doan.

de hoesdoktr noteern in uer beukske:
geboarn um suuwn uur einenvearteg

da’ was t heele veslag.

de lue neumn t n woondr.

de duure stun hol.

boetn
in n baarkeboam
zat nen koekoek oet t lood
op zinnen tak.

zien lief was nen knup van grimmegaejd.

geeneene wusn woerumme.
misschien hijzelf ok neet.

ne eanken veardrop
heuln nen appelboom

zien lestn vruchtn vas.

reemplege zunnekes,
gezul an uere stelkes.

en doar,
in dat hoes,
wur duudlek:

ngennegen dee zengt
da’j aalt votgoan kuunt,
begrept neet
woe of dat breklienn zich gedreangt.

da’ ze zich neet inpaarket
tot t lief woer of ze oontstaat,
mer wotl scheet
in t teare weafsl
van ziele dee wies met uer zeent.

t wichke guln neet.

ze kik um zich hen,
netof ze de klène letrkes luezn.

netof t leawn nen moond was,
met nen breefke derbie:
alstebleef, neet hongreg wearn.

de reang begun druetelnd.
de baarknwochn,
t bleeke liewe flokkernd
van t waatr
dat in oaren
van uern bas lekn.

geneene gung vot.

en de weald vergung,
zoa’s t huet:

heaneg,
fesoenlek,
met ne dure dee hol stun.

Comments

Bert van Beek (1981) woont in Nijmegen, geeft les aan ArtEZ en schrijft poëzie waarin het lichaam, de wereld en de taal voortdurend in elkaar overlopen.

Hank van der Heijden

dyslexie teelt welig in waynecorp worldwide
naast waanbeelden op miljarden schermen

Lees verder

Nguyễn Thị Mai

ik stift mijn lippen koraalrood
het kapitaal geeft aan dat ze mijn motivatie nog niet begrijpt

Lees verder

lj de brouwer

Zet u, antwoordde ik, moet ge een koffietje hebben? En zo is het begonnen.

Lees verder

Dominique De Groen

Voor Bella glinsterde in de verte nog steeds de belofte van de final girl

Lees verder

Dennis Gaens

A little girl went crying. Poor Trey. Poor Trey. She had lost her dog. And someone thought she was saying poetry.

Lees verder

Forough Farrokhzad

Wat kan een moeras zijn behalve een broeiplek voor corrupte insecten?

Lees verder

Frances Welling

zal de rivier er klaar voor zijn?

Lees verder

Luna Schuddinck

hoe een goede erflater te zijn en geen invasieve exoot?
xoxo

Lees verder

Ljiljana D. Ćuk

Ik ben een nep-Orpheus, ik ben niet eens afgedaald naar de hel. Ik ben een vastgelopen boot van schijn.

Lees verder

Yaiza Berrocal

Voor de goede orde wordt deze samenwerkingsovereenkomst in drievoud opgesteld en ondertekend door de betrokken partijen.

Lees verder