a rawlings – Gibber

De komende weken staat Samplekanon in het teken van asemisch schijven. Michael Jacobson definieert Asemisch schrijven als ‘een schrijven zonder specifieke semantische code – zonder vaste betekenis, open voor interpretatie.’  Dit tweede nummer, dat de komende weken zal aanwassen en voortgroeien, bevat werk van a rawlings, Dirk Vekemans, Jürgen Smit en Jaap Blonk, en interviews met Tonnus Oosterhoff en Michael Jacobson. Tot slot zullen Sake van der Wall en Menno Lievers zich over de taalfilosofische implicaties van het asemische schrijven buigen.
De eerste bijdrage aan het nummer is van de Canadese dichter en kunstenaar a rawlings. Zij verbleef de afgelopen maanden in Queensland, Australië, waar ze werkte aan het project Sound Poetry and Visual Poetry: Gibber, waaruit Samplekanon hieronder enkele fragmenten publiceert. rawlings’ ecopoethics onderzoekt de ruimte die ontstaat wanneer het subject zijn macht over de dingen loslaat, en zich – natura naturans – openstelt voor de onvermoede taligheid van de omgeving.

Gibber

How are we defining writing? Does it need to be an act composed by a human entity? Does it need to occur with a certain kind of material, on a certain material, within a certain time frame?

Historically, biotic and abiotic entities have influenced grapheme construction. My interest in asemic writing is born of an asemic reading practice, where I situate myself amongst these entities to see if I can touch that ages-old enthusiasm to interconnect with an environment by recognizing the linguistic within its body. When I submit my estranged self to the power of listening and sensing within an ecosystem, I strive to stretch beyond semantics but also to witness my constant impulse to construct meaning. In these moments, I dream it’s possible that a world of signifiers explodes the dominant human language used to name and to know them. In this dream, asemic writing litters landscapes while lyric lines revert their alpha glyphs to pre-representation.

Spawning from an ecopoethics praxis, my project Sound Poetry and Visual Poetry: Gibber surveys interconnection between (ideas and realities of) land, bird, human, signified, signifier — all founded on a gentle interrogation of the language nurtured “here” (here being Queensland, Australia). Gibber hinges on exploring notions that humans read their environments and/or that humans are in conversation with landscapes and the inhabiting non-human species. Through Gibber, I actively question embedded notions of what bodies (be they human, water, weather, other) are capable of or even constantly composing as well as how to ethically read, converse with, collaborate with, and/or interpret non-human entities.

Similar to immersion in foreign human languages, immersion in foreign bioregions also heightens my capacity to sense environments partly removed from the immediate superimposed semantics I have inherited. Looking at organic litter on a beach, I know little more than cursory names like leaf, shell, seed. In Queensland’s Daintree and, later, Magnetic Island, complex patterns of little balls of sand littering beaches mesmerized as tides receded. It took two days of studying to eventually spy heavily camouflaged crabs scuttling amidst the balls and into the holes nearby them. The sand-balls and their intricate arrangements indicated a deep logic at work, but one as yet I was not equipped to decode.

Within environmental theories, ‘reading’ a landscape or an environment has become a popular metaphor — though asserting that landscapes are passive texts waiting to be actively engaged by readers is ethically perilous. If we hover for a moment, though, with the notion that an environment can be interpreted (read), then the implication is that the environment itself is comprised of (or, better yet, actively composing) meaning (possibly as a written text). In this case, then, casting a landscape as writing suggests that its ideogrammatic formation offers readers an asemic access to the text. For humans, then, engaging with a landscape could provide us with our own belaboured act of asemic reading (where we find ourselves unable to comprehend what is composed, but assured that it holds its own inherent logic and that it is, indeed, communicative).

Within Gibber, I took several photographs of an environment-based ‘text.’ I did not know what it communicated to me, except that I had a notion a communication was being proffered. Certainly, there were forms, lines in repetition. Something imposed on top of another (instead of ink on paper, here we have barnacles on rocks, fungi on bark, paths forged through sand). Distinct forms linked with other forms. And I felt certain that, if I studied these forms long enough, their construction could very well exhibit a syntax through repetition and remix of forms that I might be able to decode. By immersion within asemic environmental texts, I also increased the possibility that I would view new forms that could be used to birth further reading practices, writing practices, and ultimately ways of understanding or communicating (whether amongst human beings or via interspecies communication).

a rawlings is a mineral, plant, animal, person, place, or thing.

Comments

One thought on “a rawlings – Gibber

Comments are closed.


Notice: Uninitialized string offset: 0 in /var/www/vhosts/samplekanon.com/httpdocs/wp-includes/class-wp-query.php on line 3149

Asha Karami

kapitalisme zorgt voor de achteruitgang van zaadkwaliteit   maar of dat erg is een pathologisch plot ligt om mij heen je verminkte oog wacht neem een slok grijze snor in rolstoel je vat kou zo ik zuig aan je knieholten gebleekt diertje van me hey lieverd je bent gewoon een vraag en ik wil dat […]

Lees verder

Flora Woudstra

Ik wikkel jassen en stola’s van drie generaties vrouwen om mij heen en beweeg door placebo-winters tot ze uiteenvallen. Sporen van erfelijke waanzin      lekken uit de wijde mouwen. Mijn moeders vingers stikken de gesleten stof maken een duik in de gevlochten mand op zoek naar garen stevig genoeg om de doden naar hier […]

Lees verder

Nguyễn Thị Mai

ik ben een maatschappelijk probleem    in 2018 wil ik een gemene chili peperplant groeien zodat ik jullie allemaal kan vergiftigen afbreken en doen herleven als schimmel dit is een vorm van wereldpolitiek ik heb al een tijdje niet geslapen slenter door de stad en staar naar mijn mobiel liefste, de dagen zijn lang zonder […]

Lees verder

Lokienprijs voor Samplekanon

De Lokienprijs 2018 is toegekend aan Samplekanon. Deze prijs, ter waarde van € 5000, is ingesteld door de Sybren Polet Stichting om het schrijven van vooruitstrevende, onconventionele en experimentele teksten te bevorderen. De jury, bestaande uit Jos Joosten, Bart Vervaeck en Marieke Winkler, deelde de volgende overwegingen met ons:  Dit literaire online-tijdschrift, dat in 2012 […]

Lees verder

Fiep van Bodegom

Het eiland van de pijnbomen en later ook de jeugd   We kwamen uit alle windstreken. Donkere kinderen met lange, dunne schenen, kinderen zo bleek dat je geen lijnen kon onderscheiden, slechts hun omtrek. Kinderen uit warme, koude en gematigde klimaten. We waren met onze onderwijzers naar het eiland gekomen en werden ieder in onze […]

Lees verder

Maurits de Bruijn

er zijn mensen die het woord er niet mooi vinden en zeggen dat je het altijd weg kunt laten door mijn straat liep een kameel daarop een bruidegom tussen zijn benen witte rozen nooit had ik iemand gezien die zo af was ik zat met Iers bier op tafel in een café waar we als […]

Lees verder

Maartje Smits

                                                                  Maartje Smits (1986) is dichter, detective en imker. In 2015 verscheen haar dichtbundel Als je een meisje bent. Ze studeerde Beeld & […]

Lees verder

Linda Carolien Veldman

    Linda Carolien Veldman (1989) studeerde Filosofie en Cultural Analysis in Amsterdam en Berlijn en schrijft poëzie, vaak in meerdere talen. Afgelopen zomer ging ze als dichter met deBuren naar Parijs, sindsdien staat ze met enige regelmaat op het podium om haar gedichten voor te dragen. De eerste tekst kwam tot stand in het […]

Lees verder

Nils Chr. Moe-Repstad

6e vergiftiging   Na het feest, lieveling: ‘als je bij mij blijft staan, zul je horen dat vogelzang altijd al ritueel was’ wie van gezang houdt, houdt van het schrift als een oeroud ritueel ik ben het hallucinerende drijven naar dat wat nog niet giftig is een droevigheid van water en zware metalen onder het duistere, […]

Lees verder

Roemer lezen 2

wij activeren beelden wij houden onze archieven vloeibaar door te bewegen we roepen schaduwen op die onzichtbaar blijven nemen luxe waren om nooit te vergeten we zoeken iets dat altijd blijft een zee achtervolgers, mijn onderduik wij activeren beelden tijdens de reis wij activeren wonden, leggen scherven uit, zoeken woorden erbij, we kijken de toestand […]

Lees verder