Samplekanon

Nguyễn Thị Mai

On January 23, 2018 by samplekanon


ik ben een maatschappelijk probleem

 

in 2018 wil ik een gemene chili peperplant groeien

zodat ik jullie allemaal kan vergiftigen afbreken

en doen herleven als schimmel

dit is een vorm van wereldpolitiek

 

ik heb al een tijdje niet geslapen

slenter door de stad en staar naar mijn mobiel

liefste, de dagen zijn lang zonder je

stuur me aub een youtubevideo over onze diaspora

 

soms was ik liever in frankrijk opgegroeid

wat hebben nederland en vietnam nou met elkaar te maken

mijn koortsige geschiedenis past nagenoeg in

chinese overheersing franse bezetting amerikaans imperialisme

 

jullie extreme narratieven overweldigen me

ik ben zo stil dat ik niet meer weet waarom ik stil ben

& deze schreeuwerige roze kleur staat mijn boot niet

hoe vaar ik weg uit deze levende driehoek

 

ik probeer mijn oceanische voorouderen te lokken

ze zijn hongerig maar de mango’s hier zijn zuur

dus komt er niemand in mijn woonkamer

mijn wanhopige gelach daalt neer in as

 

“ik droomde over de toekomst

ik rende weg maar waar ik ook rende

ze vonden me nog steeds”

het is waar dat ik pijn heb

 

ik probeerde het licht te vangen

maar bleef steken in modderig water

langzaam verviel het cyaan tot een waterig graf

en toen verdween ik

 

mijn diaspora groeide enkel door nederland even te vernietigen

een wit instituut wierp mij over de atlantische oceaan

ik observeerde, berekende en beet van me af

ik trok een land in dat niet het mijne was

 

een vietnamese strijder hielp mij

we spraken met elkaar in drie gebroken talen

onder de tafel raakten onze knieën elkaar

in de sociaaleconomische strijd verscheen een zilveren barst

 

met mijn vervalste engels schreef ik een ongelukkig manifest

en leerde zo dat mijn waarheid niet goed verkoopt

dus verzin ik wat bij elkaar, soms lieg ik

als een soort futuristische archeologische arbeid

 

Nederland, ik waan me zo alleen

zelfs in je wateren vind ik geen Vietnamese dichters

wel vind ik precariteitsprietpraat, verongelijkte Mettesfanboys

en dichters die nog steeds de moderniteit aanhangen

 

Nederland, weet je, ik wil overleven

dus vecht ik om aan tafel te verschijnen

ik ben dankbaar, dat wil zeggen, ik klaag alleen strategisch

er zijn zinnen die ik hier nog niet kan uitspreken

 

je wordt eindelijk wakker, Nederland

al is het idee van ontwaken inmiddels problematisch

maar ook trage onwillige ritmes veranderen

het aan alles ten grondslag liggende muzikale

 

dit is mijn kleverige era, het duurde even

ik moest mezelf opnieuw afvragen waar wat wie mijn grond is

ik leerde zelfs het onkruid liefhebben

keerde mijn gezicht eindelijk naar de zon

 

het is mogelijk om in de communistische droom te geloven

& je te verkopen aan het kapitaal

toch? ja, schatje, ik ga voor het kapitaal

ik wil een cappuccino drinken alsof het niets is

 

ik doe mijn oorbellen uit

krabben groeien niet zonder te verschalen

ik noem poëzie een vrijetijdsbesteding

wat is erger: het idee van vrijetijdsbesteding of het idee van vrije tijd

 

voorlopig vermaak ik mezelf met kerosine schoonheid

mooi meisje met je korte haren

vanavond wil ik dat je me choket

 

.
langzaam lik ik het kapitaal

fluister de woorden die ik uit mijn hoofd heb geleerd

en bid dat deze golf de laatste golf zal zijn

ik ben nog altijd een loonarbeider en geen zzp’er

 

ik vrees vooral een leven als zzp’er

echt, ik flirt liever met het kapitaal

dan dat ik onbetaald arbeid verricht

inschikkelijke ja’s uitdeel en participeer in optimisme

 

ik stift mijn lippen koraalrood

het kapitaal geeft aan dat ze mijn motivatie nog niet begrijpt

ze meent dat ik op meerdere niveaus inzetbaar ben

ik knik en lach minzaam

 

“was ik aangeschoten toen we elkaar ontmoetten?”

ik denk aan mijn schulden en zweer trouw

ik bezing de geschiedenis van mijn lage landen

een droom richt zich altijd tot het einde van een wereld

 

het is nog niet te laat voor systeemkritiek

nederland koloniseerde vijfhonderd jaar

minstens vijfhonderd jaar duurt het dekoloniseren

je wilt uitzicht? fuck uitzicht

 

er landde eens een vlinder op nazik

hierdoor weet ik dat de hemel lekt

dat de witte mannelijke academicus een uitstervende soort is

een venijnige magenta laait eindelijk op

 

mama, ik wil mezelf niet meer verdedigen

het is vermoeiend en vernederend

ik schrijf al zo lang in tweede talen

ook ik verdien een glanzende schub

 

.

Nguyễn Thị Mai (1992) is een Vietnamese dichter. Ze studeerde filosofie aan de Universiteit van Amsterdam. Haar Nederlandstalige debuut, een reeks prozagedichten met de titel “het juiste aandeel ultraviolet,” verscheen in het najaar van 2017 in literair tijdschrift nY.

 

 

 

Comments

comments

Leave a Reply

Your email address will not be published.

You may use these HTML tags and attributes: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <s> <strike> <strong>