Samplekanon

Joost Baars

On February 15, 2017 by samplekanon


antivogel, jij met in mijn taal geen naam,

mechanische amerikaan,

hoe komt het dat ik mij als ik jou zie
woestijnbewoner waan,

en jij de stad waarin ik leef
erboven zwevend

reduceert tot zand,
machtige hand

die levens neemt
waar weinig tot geen

water is, ik richt mij
dorstig in dit waterland

tot jou, je antwoordt niet,
extensie van wat minder naamloos

des te meer onzichtbaar is
en daarom monopolisch als de

dood, waar is je bzzzzzzz

als ik vanavond mijn gordijnen sluit,
het licht, wat slapeloos maakt uit-

schakel, herstellen op het oog
voor weer een dag

van waarde zijn in de woestijns-
economie, die jij daar,

demiurg, zo hoog
boven ons, korrels, schept en overziet?

 

 

 

 

 

 

 

de bureaulamp in mijn kamer
schijnt op een tak in Jou en daar-

door kijk Je mij
aan. Jij,

zinsbegoocheling, van niets
een redding, Jouw bestaan

nu even zeker
als het leven

van mijn vrouw.
wat wil Je nou?

dat ik mij laat beschijnen
met het licht dat Je

weerkaatst? waar
zie Je mij voor aan?

ik hield haar hart vast
in het ziekenhuis,

kuste haar gesloten ogen,
terwijl Jij uit Je schaduw

trad en aan haar voeten-
eind ging staan,

ontdaan. is dat
Jouw licht? dat zwarte

residu
dat nu

dat Jij

geast alvast
op onze lijven achterlaat?

 

 

 

Joost Baars (1975) is dichter, essayist en boekverkoper. Zijn debuutbundel Binnenplaats verschijnt deze week bij Uitgeverij Van Oorschot. Zijn werk verscheen in Tirade, Liter en Het Liegend Konijn, en hij werkte samen met de internationale improjazzgroep Boi Akih. Voor Samplekanon vertaalde hij eerder poëzie van Dorothea Lasky en Morani Kornberg-Weiss.

 

Comments

comments

Leave a Reply

Your email address will not be published.

You may use these HTML tags and attributes: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <s> <strike> <strong>