Samplekanon

Tsead Bruinja

On November 13, 2015 by samplekanon

ik moet deze boot lek steken

ik lig languit op het dakterras in wat voelt als een nazomer
augustus en alles aan de avond is wolk lucht en geluid
een vliegtuig komt over en de staart erachteraan

wij trekken een diep spoor
over een blauwe speldenknop

mensen met een mager inkomen leven korter
over twintig jaar is dit een betere buurt

een brommer remt
een voordeur gaat open
een klep slaat dicht
de brommer vertrekt

en wij zijn rijker gezonder en veiliger dan ooit

kinderen roepen naar elkaar
hun stemmen rennen van de ene
naar de andere kant van de straat

op het hek van een aangrenzend dakterras een lijster
steeds als zijn lied op gang komt
breekt hij het af

wind duwt met uitgestrekte handen een bootje
door de bomen in het park

de kinderen beneden op straat worden drukker
hun enthousiaste geschreeuw
zwelt
als een wespenzwerm aan en af

het werk dat hun ouders doen
moet goedkoper

de muziek gratis

wij bouwen aan een plafond
terwijl we aan een uitzicht zouden moeten werken

wij zijn onszelf
hongerig horig en half verlaten

mijn buurman oefent toonladders op z’n trompet
ik vervloek zijn open raam

ik ben een onderdeel
van een belegging een gezicht
in de portefeuille

deze gedichten zijn minder waard
dan mijn aandeel in de statistiek
de lichamen die ik wegscroll
de aanbiedingen die ik omarm

een mug zoemt rond mijn hoofd

in afrika prijst de amerikaanse president
de groeiende middenklasse
het nobele ondernemerschap

een groeimarkt voor maiskip
maisketchup maisfrisdank

ik zing een keertje niet
denkt hij

en wij mogen niet sterven want wij zijn klanten
er is behoefte aan ons

een brutale stadsparkiet schriekt schriekt weg
op zoek naar zijn dievenbende

in een achterbuurt van san francisco
brengt de stichting van een regisseur
leerlingen de kracht bij
van het met zijn allen stil zijn

zij kunnen zich nu beter concentreren
vechten minder

anxious anxious

maar herinneren zij zich straks
wanneer ze pikken
naar korreltjes baan
zijn lessen nog

er zit vitamine fuck you in het licht van sterren
en in het donker eromheen

terwijl wij aan een uitzicht zouden moeten werken
bouwen we een dak waar de zon op aast

om de wereld opnieuw te ontwerpen
moeten we terug in de geschiedenis naar de patiënt mens
onder narcose van mais cola en zeep
uitgestrekt op tafel onder een dak

we leren hem
aan een uitzicht op aandacht
te werken<

wij bouwen een dak
we veranderen de natuur
we denken dat de natuur
de patiënt is
wij bouwen aan een plafond
wij maken van leerplicht betaalplicht
van leerlingen potentiële leners
pompers voor de blaasbalg
van ons durfkapitaal

en drs. illegaal mag niet meedoen
maar moet wel ergens wonen
iemand moet dat smerige huis ontwerpen
en wie houdt het schoon?

zelf werken ist verboten want werk is toekomst
ook al wordt ons werk steeds goedkoper
het is ons werk en ons werk alleen
wij geven het aan de polen
die wij willen

iemand laat op een balkon een lepel vallen
iemand laat een pan vallen

evolutie geboren met te korte armen
karma om naar de bovenste plank te reiken
je moet eraan geloven

het buurmeisje van onze buren
is bij onze buren aan het eten
en zingt wat ze wil
naar zich toe

en een brommer gaat als een traag opgang komende cirkelzaag
door de ruimte tussen ons huizenblok en het park de wijk uit
snijdt twee werelden op van geluid

de kinderen beneden
die als zeevogels om brood vechten
worden luider vlugger hoger luider
en weer stil

wind pakt van de kleine boompjes op het terras
eerst de bladeren dan de takken
en schudt daarmee nog harder
aan de bladeren

en een kind roept fietsen fietsen

wind spaart kronen
blaast door de wiegende horizon
van het park

bestek wordt op een bord gelegd
de lepel tegen de rand afgetikt

klauwtjes landen op de metalen rand
van het hek

licht lichte vogelpootjes

het is vrijdagavond
het zal eerder een föhn zijn
dan een stofzuiger

de kinderen lachen

ik zoek een nieuwe politiek
en vraag mij af of dat mijn vrouw is in de keuken
of haar stappen op de trap misschien niet
het laatste geluid moeten zijn

maar ze is er al
en vraagt wat ik aan het doen ben
begint te eten

*

een duif flappert over
de kinderen beginnen weer
zij zijn het luidst

dan het bestek
dan de brommers

de kassa’s overstemmen ze niet
kalasjnikovs zwemvesten
luiers gaan eroverheen

zeelucht

en morgen eten we onze huizen op
zijn we blij met kleine schulden
danken we op dorre knieën

voor genade
traangas

mijn vrouw tilt een knie tegen het tafelblad
dat piept meegeeft en een stukje opschuift

ik kom uit een streek van messenstekers
die op zondagmiddag de peuk
van de ene hoek van hun mond
naar de andere rollen en de deuk
uit een dronken opel ascona trekken

en jij moet instappen
je mond dicht
en tussen de reclames door
je blik op de weg houden

want wij hebben het misschien gehaald
maar onze kinderen nog niet

ik werk op mijn dak aan een uitzicht
dat geen plafond mag worden

ik ga deze boot lek steken
anders sturen ze mij terug

 

 

 

 

Tsead Bruinja is dichter en performer. Zijn laatste bundel heet Binnenwereld buitenwijk natuurlijke omstandigheden en verscheen in september 2015 bij Cossee. Hij is docent bij ArteZ in Arnhem en schrijft elke week een column voor de Leeuwarder Courant. Hij treedt op in binnen- en buitenland en werkt regelmatig samen met kunstenaars, typografen en vormgevers. Bezoek zijn website www.tseadbruinja.nl voor meer informatie.

Comments

comments

Leave a Reply

Your email address will not be published.

You may use these HTML tags and attributes: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <s> <strike> <strong>