Samplekanon

Martijn Teerlinck

On February 7, 2013 by samplekanon

VONDSTEN

1

Er bestaat zoiets als de rand van de angst
Er bestaat zoiets als verspreken
Spreken en verder spreken er zijn genoegens
En altijd is er nog het oude met zijn verf en zijn papier
Het oude met zijn lippen en zijn balsem opgebaard
Fantasie is een toverwoord onbestaand en te verlegen
Om op een bord gezet te worden alles is
Te lopen op je knieën past de wereld
Neergesmeten en weer opgeraapt rekt die zich uit
Ook planeten huilen ook hun vaders schamen zich
Ook hun moeders lachen uit en koken in
De ochtend is geen ochtend meer de ochtend is veranderd
Het heeft geen lichaam meer het heeft een liedje
Het heeft een paar aanwezigen het heeft alleen een uitgang
Er is geen ochtend die te kennen is er is alleen een ochtend
Dekens zijn alleen te warm of veel te koud
Niemand praat meer als een zwerver behalve als ze met een
Zwerver praten er zit vrede in een potje maar de deksel is weer van
Papier en vlees gemaakt een fles is ook doorzichtig voor een blinde
Wat een ruimte als het opwarmt er zijn gaten in de tijd er zijn tomaten
En de vlinders er is krijt er zijn de sommen van de adem
Er is een potlood en een woord er is een waarheid in een hoofd
En in een beetje water lost je hand zichzelf op
Ook vandaag wordt er geïnhaleerd ook vandaag wordt er gezwegen
Armoe zal zich altijd wreken armoe is een ziekte
Maar ook de botten van de dood groeien weer aan
Het is geheim maar een geheim is een beschutte plek
Diep in de grond er zitten
Veren in je glansgezicht het wolkoog is zijn vorm
Vergeten er is aandacht er zijn negen bomen in je mond gegroeid
Je bent een bos je bent een bos je bent een bos geworden
Ook je knieën buigen langzaam richting horizon en verspreken
Zich de tong hun mond uit
Overal is licht te vinden als je stopt met zoeken
Ook de duisternis trakteert en ook de duisternis heeft
Ouders ook de duisternis heeft ademhaling en een glanzend jonge nek
Ook jij bent een gevaarte ook jij bent een veehouder
Ook jij moet namen geven aan je koeien als de zon je bijt
Maar als hij opkomt weet je niets meer dus
Ontken je bladeren het zijn maar nerven en hun uitgroei
Ontken je woorden er zijn boeken die de toekomst gaan verdragen
Ontken het kalme knikken van je zelfbeeld
Ontken dat wat je schaduw slaat
Ontken het onbekende tikken in je hielen
Je seksualiteit is niet van jou
Ontken je vrienden ze zijn kappers van de eeuwigheid
Varkens van rijst dus verteer ze

Maar vergeet ze niet
Gebruik een verrekijker om te lezen
Sla je vrienden dicht en sla ze open in het midden
Bouw ze in en graaf ze vol
Verstop je kindertekeningen in je longen
Adem heilig
Adem heilig en kalm
Adem heilig en kalm en verwaand
Je longen zijn takken je longen zijn prinsen je longen zijn
Je explosieven dus je koestert ze
De dag is altijd lang er zijn geen korte dagen er is alleen
Zoiets als korte tong
Vergeet de slavendrijvers van je gehoor
Alles is begonnen met herhaling alles eindigt oorspronkelijk
Alles wordt verzegeld met gebrek aan handelen
De toekomst is een open plek tussen je schouders
Wie er te hard op drukt doorspiest zichzelf
Wie zachtjes praat wordt zachtjes uitgelachen
Waar niemand is is ook geen uitweg
Beton is wat geluid maar nooit wil worden
Beton is altijd aan het ademen
Beton is altijd wat er overblijft
Beton is het begin van de conceptie
Beton is uitgepraat
Overal zijn randen die je ogen niet kunnen verbinden
Het rode brood wordt gratis uitgedeeld en ook
Vermenigvuldigd er hangt droogte in de lucht
Te drogen er zwemt water in je navelriem
Er is amper tijd om alles te vernietigen
Er is amper tijd om al die plastic vuisten door het winkelraam
Te slaan er is geen zonlicht meer
In deze kelder
Alles wat er is
Is een bed van zand en een wekker van hitte
Alles wat er is
Is een bed van vocht en een wekker van tandvlees
Alles wat er is
Is een bed van gaten en een wekker van suiker
Alles wat er is
Is een bizon op je rug
En de regen
Uit je tenen

2

Veranderlijk is het vlees de geest is de fles
De ander is altijd dichtbij geen gebrokene geen
Geluk de ander is een pelikaangedicht
De ander vind je op de basisschool of onder de blauwe rots
Een steen is hol vanbinnen en gevuld met zand of zout
Er is niemand die een steen kan breken met gevoel
Er is niemand die zo hard in een steen kan schreeuwen dat de ander
Het verstaat er is niemand zo sterk als een goed gemikte kiezelsteen
Er zijn mensen als letters er zijn boommensen er zijn mensen
Met glashanden mensen met kleine zachte biefstuk-oren
Vulmensen die altijd open staan er zijn mensen van verschillende materialen
Bamboemensen eikenhoutmensen mensen zijn er van teak
Er zijn grondstofmensen vast aan hun beeld er zijn grotmensen vast
Aan hun schaduw er zijn reuzenmensen vast aan hun kleren
Er zijn mensen als havens er zijn mensen als vervallen buurthuizen
Er zijn mensen als een pierenbad er zijn duikplankmensen waar
Altijd op gesprongen wordt er zijn pinguïns in sommige mensen
Sommige mensen hebben een klein mannetje in hun hoofd andere mensen
Een kleine genocide weer andere mensen hebben afschroefbare
En dodelijke steenhoofden
Sommige mensen hebben zelfgetekende vleugels waar ze nooit mee
Zullen kunnen vliegen sommige mensen zijn hedendaagse kunst
Sommige mensen zijn een video-installatie er zijn olifantmensen half
Mens half geheugen er zijn opdrinkbare watermensen
Er zijn mensen met boekenhanden vijf pagina’s aan iedere kant
Er zijn eindes van de wereld die boeken voorspellen
Er zijn bruiloften tussen stiltes
Als de bliksem je zachtjes toefluistert hoef je niet bang te zijn
De bijna doorzichtige engel bestaat niet de enige engel die bestaat
Heeft ogen van papiergeld en een lach van cement
Er is slootwater dat de vorm aanneemt van zweetdruppels op het voorhoofd
Er is een strakgespannen draad tussen alle bekende planeten
Er zijn hartaanvallen die de vorm aannemen van barbecuepraatjes
Er zijn massamoorden die de vorm aannemen van je ouders
Er is altijd gebrek aan stenen en mensen
Er is altijd gebrek aan een genre
Er zijn mensen in de vorm van genotsmiddelen
Sigaretmensen die geïnhaleerd en uitgeblazen worden
Cognacmensen als draaikolken in een grote onzichtbare handpalm
Grindmensen die zich altijd in een oprijlaan zullen bevinden
Er zijn witregelmensen er zijn heel veel witregelmensen
Er zijn mensen en stenen
Er zijn aan elkaar genaaide stenen
Er zijn zachte en sappige fruitstenen die groeien aan bomen
Er zijn plastic stenen die alleen onder narcose worden aangebracht
Sommige stenen zijn glasstenen
Doorzichtig en geblazen met een mond vol aarde

Kartonstenen om open te knippen er zijn inktstenen die nooit opdrogen
Papierstenen om zout in te vervoeren
Veroverstenen die alleen werden gebruikt door militairen
Ziekbedstenen om ’s nachts vast te kunnen houden bij het licht van de
Hartslagmeter er zijn bestekstenen om je eten mee te snijden
Eetstenen gevuld met chocola
Er zijn mensstenen van opperhuid en gevuld met organen
Er zijn orgaanmensen die binnenstebuiten leven
Er zijn mondmensen alleen mond die geen schaamte kennen
Er zijn mensen kleingesneden als een bosui
Er is de ander
De ander is altijd aan elkaar gelijmd
De ander is altijd op tijd
De ander heeft zijn eigen horloge
Soms is de ander niet zichzelf
Er is de ander en de ander is altijd een mens of een steen
Er is de ander en de ander is altijd hol vanbinnen
Er is de ander en de ander is altijd met opzet
De ander is materiaal
De ander is altijd veranderlijk
De ander is fles
De ander is vlees
Onder de blauwe rots vind je de ander

3

Gevaarlijk leven is iets voor gestofzuigde mensen uit de middenklasse
Gevaarlijk leven is een luchtspiegeling met een balsemgezicht
Gevaarlijk leven is zichtbaar als een tv-programma en onzichtbaar als alles
Buiten een tv-programma
Ieder bijvoeglijk naamwoord glijdt van het leven af als een inbreker
Taalgebruik is een woord dat niet bestaat
Het voelt aan als een te dunne pudding
Taalgebruik is onbestaand teleurstellend taalgebruik is
Fictie taalgebruik is
nep
Er is geen behoefte aan taalgebruik taalgebruik betekent oorlog
Aan de zwakste woorden taalgebruik is een gecontroleerde explosie
Wie in sprookjes gelooft gelooft in taalgebruik
Taalgebruik is niet eetbaar
wie een maag hoort knorren hoort
Opgegeten taalgebruik
Waar behoefte aan is zijn fragmenten van grijsheid
echte grijsheid
Zoals de grijsheid van een jonge huid
De grijsheid van een handdruk
De grijsheid van rijst er is behoefte aan de grijsheid van een boomblad
De grijsheid van assalamu aleykum
Er is behoefte aan een grote grijze regendruppel
Er is geen behoefte aan gevaar in de onontdekte vorm van een leven
Er is behoefte aan de vrolijkheid van sterven
Sterven is grijs als onbewerkt marmer
Er is behoefte aan een grote glanzende steen die fossielen vernietigt
Er is behoefte aan het opblazen van de grijsheid tot zijn ware proporties
Armoede is een bedachte behoefte
Armoede is de rand van de grijsheid
Opgroeien in kalme eenvoud is een grijze bewonderenswaardige armoede
Armoede is geen woord noch is het te omvatten door een woord
Het is niet aan te raken met een woord
Een woord is geen handschoen
een woord is comfort
Gevaarlijk is een woord als een op maat gemaakte ligstoel met een schilderij
Er boven
Sterven is langzaam in een woord veranderen
Sterven is het meest ongevaarlijke wat bestaat
Er is behoefte aan sterfte want er is behoefte aan comfort
Er is behoefte aan armoede
armoede is niet moederlijk
Armoede is geen kind armoede droogt je kleren
Armoede is fictie maar het staat tenminste rechtop als het wordt uitgescholden
Armoede is gewend aan de dood
Armoede is niet te raken
armoede beweegt langzaam en omzichtig
Als een analfabeet
Iedere mythische analfabeet kan zijn eigen geschiedenis lezen

Iedere mythische analfabeet kan een begrafenis ontcijferen
Iedere mythische analfabeet wordt opgegeten door taalgebruik
Er is behoefte aan een sfinx
Om raadselachtig kalm voor taalgebruik te liggen
Er is behoefte aan een ontcijferde sfinx
Om onze woorden langzaam weg te nemen met een antwoord
Er is behoefte aan een grote grijze sfinx
Met een echte en een jonge kalme huid
Er is behoefte aan een grote grijze metalen sfinx
Die stinkt naar onze vastgeroeste armoede
Er is behoefte aan een sfinx met een levend balsemgezicht
Waar wij ons aan kunnen spiegelen
Er is behoefte aan een calculerende oorlogssfinx
Om ons ergens voor te behoeden
Er is behoefte aan een sfinx met honger
Om ons op te eten
Er is behoefte aan een fragment
Van een sfinx

Martijn Teerlinck (1987) studeerde literatuurwetenschap en Italiaans aan de Universiteit van Amsterdam, publiceerde gedichten in Awater, Deus Ex Machina, Samplekanon en werd opgenomen in de bloemlezing Met dat hoofd gebeurt nog eens wat, de beste gedichten uit de Nederlandse poëzie (Prometheus, 2011). Lees de eerdere bijdragen van Martijn Teerlinck op Samplekanon. 

Comments

comments

Leave a Reply

Your email address will not be published.

You may use these HTML tags and attributes: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <s> <strike> <strong>